Om 18:47, precies een week geleden, slaakt mijn doorgaans zo geduldig lief een geërgerde zucht. "Tjonge jonge," zegt hij, z’n blik op de Oostenrijke bergwegjes voor ons, "dit is niet rijden, dit is prúttelen!"
Buiten: besneeuwde duisternis. Binnen: de nog donkerdere gedachte dat de volgeladen auto nog 850 kilometer van Amsterdam is verwijderd. Het digitale kaartenkastje belooft dat die afstand ons slechts acht uur zal kosten, maar wij weten beter dan de StomStom. En het radiovrouwtje ook. Unfall, fluistert zij om de zoveel minuten. Blokkiert, gesperrt, Stau Stau Stau.
"Kut," zeg ik. Daarmee doel ik niet op de reeds afgelegde 130 kilometer waar we dik zes uur over deden. Daar hoor je niet over te klagen; het is zoals het is. Je zeurt ook niet over je blaas die zich langzaam maar op zeer voorspelbare wijze vult met de halve liter cola die je eerder dronk. Nee, de 'kut' doelde op het boek dat ik zojuist dichtklapte: Mise en place van Margot Vanderstraeten.
"Mijn boek is uit," zeg ik bij wijze van verklaring voor mijn vloek, en ik spuw er een tweede, nog gefrustreerdere 'kut' achteraan. Wellicht dat librofielen me mijn taalgebruik vergeven: hoe beter een boek, des te vervelender de uren na die laatste pagina. Uren van leegte, van lusteloosheid. Niets dat dergelijke uren kan - mág - vullen. Een goede roman is pijnlijk als een verloren liefde: onvervangbaar. Voor even toch.
Om Christine kan ik niet malen, maar verloren heb ik - verloren heb ik zonder meer - Victor. Victor Werner, de hoofdpersoon. Hem lukte het me de dag van voorbijflitsend asfalt en staal te doen vergeten; zelfs de haarspeldbochten doorstond ik opeens zonder een zweempje misselijkheid. Dankzij Victor heb ik me van alles voorgenomen: om vaker champignongerechten te maken (of juist minder vaak?), om kloosterzusters niet meer te zien als buitenaardse wezens, en vooral: om veel meer te gaan schrijven opdat ik dichter - al is het met 25 kilometer per uur - bij Vanderstraetens verteltalent kom.
Ik zucht.
"En?" vraagt Dick. "Was het goed?"
Ik knik en laat mijn hoofd hangen. Kijk, daar is de omslag van mijn verloren liefde. Een zwartwitfoto die ik voor het eerst lijk te zien: ik ontwaar een leeg landschap, doorkliefd door een onheilspellende barst. Een hurkende man heeft een reusachtige naald vast, waarmee hij de gewonde aarde tracht dicht te naaien. Ik glimlach, want ik snap 'm. Het is me eindelijk duidelijk hoe goed dit beeld is gekozen.
"Geef es hier dan," zegt Dick, en hij trekt het boek naar zich toe.
Dick met een roman: ik vind het een gek gezicht. Onze Dickers is niet bepaald een librofiel. Het laatste boek dat hij las, was Komt een vrouw bij de dokter, en dan alleen omdat een vriendin het hem had aanbevolen. En kijk nou: hij heeft Mise en place als een nieuw adoptiekind op z'n schoot genesteld, het leeslampje boven zijn hoofd aangeknipt, zijn iPod-champignonnetjes in zijn oren gewurmd, en hij leest.
Dick léést. Hij zit al aan pagina 61.
Hoe goedgekozen het beeld van de gespleten aardkorst ook is, besef ik, voor Vanderstraeten is het een zonde. Boekenwurmpies als ik stappen graag over een ogenschijnlijk saaie cover heen (denk aan Dit is mijn huis van Maartje Wortel), maar mensen als Dick niet. Die pakken liever een aantrekkelijk boek als Het diner van Herman Koch op, een heerlijke roman waaraan Mise en place me trouwens meer dan eens deed denken. Kochs felle kreeftencover wint het op alle vlakken van Vanderstraetens vlakke omslag. Denk er nog die 'moeilijke' titel bij (iedereen weet wat 'diner' betekent, maar 'mise en place'?) en de onbekende naam van de auteur (Koch is een BN'er, Vanderstraeten geen BV'er), en je hebt het tegenovergestelde van een kaskraker. Terwijl ik Vanderstraetens roman - haar tweede - misschien béter vind dan Het diner, (325.000 exemplaren verkocht and counting).
Een ontdekking dus. Zeker tijdens de zoveelste eindeloze Stau is Mise en place de Gameboy voor volwassenen.
Nog ruim 700 kilometer te gaan. Die Dick boft maar.
Voor wie het zich afvraagt: ik lees geen recensies voordat ik zelf mijn mening op papier heb gezet. Acht u mijn 'onbevlekte' oordelen bar weinig waard, klikt u dan vooral verder...
... naar recensies in/op 8weekly, Knack, Metro, Noord-Hollands Dagblad, Libelle, De Standaard;
... naar een interview in/op Literatuurplein, De Standaard, de Boekenkrant;
... naar de website van de auteur.
Wel terugkomen, hè?
Meer, méér...
zaterdag 13 maart 2010
En dan nu: 'Mise En Place', de Gameboy voor volwassenen
woensdag 10 maart 2010
Het Bal der Ballen
Het begon afgelopen donderdag; het begon zo mooi. Mijn redacteur Thomas belde. Of ik naar het Boekenbal wilde? Er bleven twee kaartjes over, en die konden van mij zijn. Als ik snel reageerde. U begrijpt dat ik snel reageerde.
Enkele dagen later vond ik een pakketje op mijn deurmat. Afzender: Stichting CPNB. Geadresseerde: Mevrouw E. Gordts, Auteur van Uitgeverij De Bezige Bij. Ik kon mijn geluk niet op. Doosje, open u. ‘Gefeliciteerd mijnheer, mevrouw Boekenbalgast,’ stond in vette, witte letters op de binnenflap. Mille fois merci, meneer Van Nispen!
Naast de felbegeerde kaartjes (voor het tweede deel van het Bal, vanaf 22u) kreeg ik van die gulle Stichting ook twee blinkende manchetknopen voor mijn ‘introducé’ en een fijne broche voor mij. Op de ene manchetknoop stond ‘7’, op de andere ‘5’, op de broche ‘LXXV’. ‘t Was duidelijk: de Boekenweek bestond 75 jaar. Dresscode: black tie.
Wat moet ik áán?
Oftewel: de zoektocht naar een galajurk kon van start gaan. Nu ben ik niet zo’n meisje dat een galajurk in de kast heeft hangen. Waarom zou ik? Dus toog ik op maandagmiddag – ruim dertig uur vóór het Bal der Ballen – naar Maison van den Hoogen (‘sinds 1928’), een mooie naam voor een muffe winkel die Star Trek-pakken, Caesarkostuums en ‘Gelegenheidskleding’ verhuurt. Na een kwartier stond ik weer buiten met een simpele edoch elegante fuchsia japon in een cheap plastic tasje. En blij dat ik was!
Ik probeerde verder niet aan het bal te denken. Dat lukte goed, want ik had toch geen idee wat me te wachten stond. Dinsdag werkte ik hard door – moet ook gebeuren – en ’s avonds ging ik met mijn introducé gezellig uit eten. De bediening was traag, ik werd ietwat onrustig, maar al bij al viel het mee. Om halftien repten we ons huiswaarts om onze jurk respectievelijk smoking aan te trekken, en pas in de auto richting Stadsschouwburg werd ik zenuwachtig. Een behoorlijk knappe prestatie, al zeg ik het zelf.
Laat de spelen beginnen
De security-knakker had de kaartjes nog nauwelijks uit mijn handen gegrist (ik mocht er helaas geen snipper van bewaren), of we stuitten op een rij. Een lange rij, voor de garderobe. Tja, moest kunnen. Vervolgens bleek echter dat de Boekenbal-‘gasten’ zelf voor hun drankjes moesten betalen. ‘Anders is het CPNB in één klap failliet,’ kregen we te horen. O. We begrepen het wel, maar is het niet gek om op zo’n befaamd bal te moeten rondbanjeren met in de broekzak van je introducé een zooi plastic muntjes, ook nog eens gesponsord door de Nederlandse Spoorwegen? Ik had liever een paar tientjes voor m’n kaartjes betaald, om de CPNB te sponsoren, maar goed.
Het magische galagevoel kreeg een derde knauw toen ik zag hoe sommige Titaantjes – de jonge schrijvers van nu, de titanen van tomorrow – gekleed waren. Miniskirts in pijnlijke kleuren, trainingspakken met hippe logo’s, sneakers met open veters – voor Crocs of Birkenstocks was het gelukkig een paar graden te koud. Nu, iedereen moet zelf weten wat hij of zij aantrekt, en opvallen is gezien worden, maar als je bijlange niet de enige bent, dan val je echt niet meer op. En bovendien, het heet toch niet voor niets Boekenbal? Stond ik daar, pulkend aan m’n Maison van den Hoogen.
BN’ers, BN’ers, BN’ers
We deden rondjes. En ja, we spotten Harry Mulisch, Remco Campert, Jan Mulder – the usual suspects zonder wie het Boekenbal niet compleet zou zijn. De camera’s richtten zich verlekkerd op de felrode pumps van Robert Vuijsje’s femme fatale. Ook van de partij: Max Westerman, Cornald Maas, Matthijs van Nieuwkerk, Beau van Erven Dorens, Harry de Winter. Die hebben ook nog wel wat met boeken te maken, toch? Tuurlijk, we doen niet moeilijk. We negeren maar even de hijgende hondjes die achter hen aan liepen.
Marc-Marie Huijbregts’ timbre schalde voorbij.
Bert van der Veer sloot zijn armen om Judith Osborn.
Tatum Dagelet liet haar wellustige ogen over mijn introducé glijden.
En toen begon ik te beseffen dat ik dat allemaal niets vond.
Illusies, desillusies
Eerst is het nog wel leuk, dat kijken, dat zoeken, dat vinden. De een stoot de ander aan en zegt: ‘Hé kijk, daar is dat blonde huppeltje, je weet wel, van tv.’ De ander kijkt en knikt en zegt: ‘En daar, zie je hem, die dikke Jakhals van De Wereld Draait Door!’ Nog een drankje? Nog een drankje. Beetje wiegen op de live muziek. Beetje foto’s maken. Beetje... tja.
Gesprekken. Daar hoopte ik op, vermoed ik achteraf. En ik vermoed ook dat ik gewoon een te welopgevoede Vlaming ben. Zie ik Geert Mak geanimeerd praten met een mij onbekend persoon, ga ik dat gesprek heus niet kapot knallen door hem aan zijn mouw te trekken en te zeggen: ‘Meneer Mak! Kent u mij nog? Ik zat ooit in uw auto!’ Wat wel zo is, maar wat boeit het? Hem boeit het niets. Mij boeit het – eerlijk is eerlijk – ook bijster weinig. Hoe diep kunnen gesprekken gaan als de ogen van je gesprekspartner (niet Geert Mak, for the record) continu van links naar rechts schieten omdat er zoveel valt te zien, zoveel béters valt te zien?
Misschien zit er als debutantje inderdaad weinig anders op dan je heel opzichtig te kleden om er nog wat van te maken. Of je moet dronken zijn. Of allebei. Ja: allebei. Volgende keer giet ik mezelf van tevoren vol met Wodka Red Bull. En dan draag ik dit fijne Wiske-outfit:
Conclusie: Boekenbal 2011, here we come! :)
Dienstmededeling, dienstmededeling... Er resteert nog één set kaartjes (as in, het zijn er twee) voor mijn Arty-party op 22 maart! Reageer snel op mijn vorige stukje en misschien wordt u wel tot winnaar verkozen!
En bent u nou echt té benieuwd geworden naar de inhoud van dat boek van mij? Ga dan naar het befaamde literaire weblog Van Boeken En Mensen, waar vandaag een eerste voorpublicatie is verschenen. (JP kwam deze week aan het woord, Charlotte komende donderdag!)
Meer, méér...
maandag 8 maart 2010
To the happy few – win kaartjes voor m’n Arty-party!
U las het al in het vorige stukje: mijn debuutroman wordt op maandag 22 maart gepresenteerd. Acht woordjes zijn dat; niet meer dan een feitelijke mededeling. Maar o, lieve lezer, ik kijk er zo verschrikkelijk naar uit. Mijn vrienden komen van heinde en verre – voor mij en voor Arty-farty. Mijn blijdschap mag dan wel ontzettend kinderachtig klinken, maar dat is dan lekker puh!
Misschien toch niet zo puh. Herinnert u zich de laatste zin uit mijn vorige blogstukje? Dat u er ook bij kunt zijn. Op de gastenlijst van mijn Arty-party heb ik staan: BLANCO, BLANCO, BLANCO, en - om het in stijl af te maken - BLANCO. Blanco, that could be you!
Jawel: om u te bedanken voor uw steun en input tijdens het schrijfproces, geef ik twee keer twee kaartjes weg voor mijn boekpresentatie in Amsterdam.
Wilt u kans maken op hét evenement van het jaar (ahum), kijk dan even goed naar onderstaand plaatje...
...en vertel mij: hoe heet dit porseleinen prinsesje? Ik zoek een voornaam. En ik beloof het u: het antwoord bevindt zich ergens op dit blog. Weet u het? Plaats uw reactie dan hieronder, en houd deze plek goed in de gaten.
De twee happy few winnen:
- Een plek op mijn boekpresentatie, 22 maart, 17u-19u, in het statige pand van Uitgeverij De Bezige Bij (Amsterdam). Ja, daar waar alle Groten de trappen bestegen. It’s a very pretty place indeed.
- Een tweede plek op mijn boekpresentatie, want beide winnaars mogen ieder één persoon meenemen. Anders wordt het een beetje te eng, geloof ik.
- Een exemplaar van Arty-farty, vers van de pers en op commando ter plekke door mij gesigneerd!
Enkele spelregels:
- Anoniem reageren kan, maar gebruik in dat geval een codenaam of twee initialen, zodat ik u eventueel tot unieke winnaar kan uitroepen.
- E-mails worden genegeerd. Alleen deelnemers die online reageren, dingen mee naar de prijzen. Dit om de wedstrijd zo transparant mogelijk te maken.
- Gewonnen, maar zelf geen tijd en/of zin om die dag naar Amsterdam af te reizen? Dan kunt u uw prijs (toegang voor twee én een gesigneerde Arty-farty) aan een lucky person van uw keuze afstaan. Zou ik zonde vinden – ik wil u immers graag ontmoeten – maar da’s dan mijn probleem. Het gaat immers niet om mij, maar om u.
- UPDATE: En omdat ik te stom was om dit geintje goed door te denken, volgt na de eerste winnaar een loting onder alle volgende correcte antwoorden! De winnaar van die loting wint dus de laatste kaartjes... (*bloos*)
Succes!
Meer, méér...
maandag 22 februari 2010
Postpartum
Na het baren komen de naweeën. Vandaar deze titel. Postpartum schijnt Latijn te zijn voor die periode vlak na het potje baren. Naast postpartum (m., onv.) bevat de Van Dale ook een post-partumdepressie en een post-partumpsychose. Geen van beide heb ik aan den lijve mogen ondervinden.
Gelukkig maar. Depressies en/of psychoses kan ik momenteel missen als RSI. Wie denkt dat een debutant na het indienen van het definitieve manuscript in een gapend gat valt: you’re mistaken. Een manuscript blijkt nooit definitief te zijn. Volgens mij kan je over definitief pas spreken als het boek in volle papieren glorie op de plank staat.
Dat staat het mijne nog niet – 25 maart, lieve lezer, 25 maart! Maar eerst even een korte recap. De volgende blogstukjes worden weer ‘normaal’, dat beloof ik.
DE PKM
Op maandag 18 januari wordt het manuscript, gelezen en goedgekeurd door mijn redacteur Thomas, naar de Persklaarmaker – ‘pkm’ in redacteurentaal – gestuurd. De pkm is de eerste mensch die mijn roman zonder voorkennis doorneemt. Hij heet Tomás Kruijer. Ik ken hem niet, hij kent mij niet, en dat is gaaf. Ik wacht zijn ongezouten oordeel gespannen af.
Ik wacht, en ik wacht, en ik wacht. Ondertussen ga ik maar even op vakantie. Ik bedoel, je moet wat.
Op donderdag 4 februari – ik zit in Ischgl – mailt Thomas dat de weledelgestrenge pkm zijn oordeel heeft geveld. ‘Hij is enthousiast over het boek, maar heeft nog wel wat goede, zinvolle kritiek. Alles vooral op woord- en zinsniveau.’ Bij mijn retour twee dagen later ligt een bruine, kartonnen envelop op me te wachten. De bladzijden van mijn manuscript hebben een serieuze portie rode balpen en grijs potlood te verduren gekregen. Dacht ik dat ik geen foutjes maakte? Ik dacht verkeerd. Mijn manuscript blijkt te wemelen van de inhoudelijke inconsistenties en de verkeerd gespelde cijfers (als ik tweehonderd schrijf, moet het 200 zijn, en steevast omgekeerd). Thank you, o wonderful pkm!
Minder wonderful is de stress waarin ik tijdens het verwerken van de opmerkingen schiet: ik lees Arty-farty nu voor het eerst sinds drie weken, en mijn boekkie bevalt me een stuk minder dan gehoopt. Thomas kalmeert me: ik heb nog een week de tijd voor polijstwerk. Dus breng ik het weekend al lezend, schrappend en zuchtend door. Op maandag 15 februari stuur ik de definitieve versie (de hoeveelste is dit al?!) naar Thomas, die het estafettestokje doorgeeft aan de Zetter.
DE MARKETING- EN PUBLICITEITSMEDEWERKER
Lange tussenkop voor een vrouw die ik heel simpel kan omschrijven: Madelon met de zilveren lokken. Marketing- en publiciteitsmedewerkers vind ik over het algemeen glad als makelaars, maar Madelon niet. Prachtig, krachtig, geen hypocriet gelul, geen loze beloftes. Ze komt langs op 9 februari – samen met Hans – en maakt duidelijk wat ik kan verwachten (en, ehm, wat niet). Een voorpublicatie – my great wish – zit er niet in, want ik ben een onbenullig debutantje. Recensies, mwah, da's nog maar de vraag. Maar er komt wél een langgerekte poster. Waar die zoal gaat hangen, is een kwestie van bidden en wachten.
DE ZETTER
Moet de Persklaarmaker de lettertjes aandachtig lezen, de Zetter moet ze zetten. En dat doet hij – Aard Bakker, ‘overigens de zoon van de legendarische uitgever Bert Bakker’, zegt Thomas – bijzonder goed. Op 18 februari zijn alle typografische knopen doorgehakt. Eén ding is zeker: bevalt de inhoud van mijn roman u niet, dan toch zeker wel het binnenwerk.
DE VORMGEEFSTER
Ook het buitenwerk oogt fantastisch. Dat heb ik te danken aan vormgeefster Esther van Gameren. Herinnert u zich nog dat u kon stemmen op het mooiste boekomslag? Nou, dat is dus voor niets geweest. Het spijt me zo. ’t Was een mooi staaltje miscommunicatie: Hans dacht van mij begrepen te hebben dat ik de allereerste cover lelijk vond (waardoor ik dus drie nieuwe covers kreeg voorgeschoteld), maar dat klopte niet. Ik vond alleen het oorspronkelijke bordje – met naam, titel, etc erop – een beetje photoshopperig. Toen Esther dat eenmaal begreep, ging ze ijverig aan de slag. Het bordje 2.0 beviel me zeer, en de rest van de oorspronkelijke cover bleef intact. Het basisidee van mijn roman komt in die cover het beste naar voren. Namelijk dat de kunstwereld tegenwoordig meer draait om wat er om de kunst heen zit, dan om de kunst zelf. Vandaar die lege lijst.
DE CORRECTOR
De volgende, nog te nemen stap, is die van de corrector. Deze monsieur ou madame gaat nog maar eens kijken naar alle puntkommaatjes. Ik hoor u denken: geeuw, had de pkm dat niet gedaan? Mais bien sûr. De enige reden die ik kan bedenken, is dat ik de opmerkingen van de pkm zelf heb mogen verwerken. En dat kan ik fout hebben gedaan. Vandaar die corrector, denk ik (maar ik weet het niet zeker). De drukproeven die ik op vrijdag 19 februari heb ontvangen – weer zo'n dikke, bruine envelop op mijn mat – gaan morgen weer terug naar de uitgever.
Die zendt ze dus door naar de corrector, en dan? Dan hoop ik dat ze rechtstreeks naar de drukker vliegen. Net zoals u het wel gehad zult hebben met dit blogstukje, ben ik he-le-maal klaar met mijn manuscript. Ik krijg er bijna een post-partumdepressie van. Bijna - want verder vind ik het natuurlijk hartstikke spannend allemaal. Laat dat boek maar komen. Ik wil het vasthouden. En wel NU!
(Maar ik moet nog wachten tot maandag 22 maart, wanneer mijn boek in het statige pand van De Bezige Bij wordt gepresenteerd. Daarover later meer. Want ook u, o anonieme weblog-lezer, kunt erbij zijn...)
Meer, méér...
woensdag 10 februari 2010
Boekbericht, boekbericht! :)

Jazeker, dit bericht werd op 26 januari de wereld in gestuurd door Madelon Witterholt, de zilveren dame van de afdeling Marketing en Publiciteit van De Bezige Bij/Thomas Rap... Ik trots!
Meer, méér...

