Posts tonen met het label ikke ikke ikke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ikke ikke ikke. Alle posts tonen

woensdag 10 maart 2010

Het Bal der Ballen

5 stok(ken) achter de deur

Het begon afgelopen donderdag; het begon zo mooi. Mijn redacteur Thomas belde. Of ik naar het Boekenbal wilde? Er bleven twee kaartjes over, en die konden van mij zijn. Als ik snel reageerde. U begrijpt dat ik snel reageerde.

Enkele dagen later vond ik een pakketje op mijn deurmat. Afzender: Stichting CPNB. Geadresseerde: Mevrouw E. Gordts, Auteur van Uitgeverij De Bezige Bij. Ik kon mijn geluk niet op. Doosje, open u. ‘Gefeliciteerd mijnheer, mevrouw Boekenbalgast,’ stond in vette, witte letters op de binnenflap. Mille fois merci, meneer Van Nispen!

Naast de felbegeerde kaartjes (voor het tweede deel van het Bal, vanaf 22u) kreeg ik van die gulle Stichting ook twee blinkende manchetknopen voor mijn ‘introducé’ en een fijne broche voor mij. Op de ene manchetknoop stond ‘7’, op de andere ‘5’, op de broche ‘LXXV’. ‘t Was duidelijk: de Boekenweek bestond 75 jaar. Dresscode: black tie.

Wat moet ik áán?
Oftewel: de zoektocht naar een galajurk kon van start gaan. Nu ben ik niet zo’n meisje dat een galajurk in de kast heeft hangen. Waarom zou ik? Dus toog ik op maandagmiddag – ruim dertig uur vóór het Bal der Ballen – naar Maison van den Hoogen (‘sinds 1928’), een mooie naam voor een muffe winkel die Star Trek-pakken, Caesarkostuums en ‘Gelegenheidskleding’ verhuurt. Na een kwartier stond ik weer buiten met een simpele edoch elegante fuchsia japon in een cheap plastic tasje. En blij dat ik was!

Ik probeerde verder niet aan het bal te denken. Dat lukte goed, want ik had toch geen idee wat me te wachten stond. Dinsdag werkte ik hard door – moet ook gebeuren – en ’s avonds ging ik met mijn introducé gezellig uit eten. De bediening was traag, ik werd ietwat onrustig, maar al bij al viel het mee. Om halftien repten we ons huiswaarts om onze jurk respectievelijk smoking aan te trekken, en pas in de auto richting Stadsschouwburg werd ik zenuwachtig. Een behoorlijk knappe prestatie, al zeg ik het zelf.

Laat de spelen beginnen
De security-knakker had de kaartjes nog nauwelijks uit mijn handen gegrist (ik mocht er helaas geen snipper van bewaren), of we stuitten op een rij. Een lange rij, voor de garderobe. Tja, moest kunnen. Vervolgens bleek echter dat de Boekenbal-‘gasten’ zelf voor hun drankjes moesten betalen. ‘Anders is het CPNB in één klap failliet,’ kregen we te horen. O. We begrepen het wel, maar is het niet gek om op zo’n befaamd bal te moeten rondbanjeren met in de broekzak van je introducé een zooi plastic muntjes, ook nog eens gesponsord door de Nederlandse Spoorwegen? Ik had liever een paar tientjes voor m’n kaartjes betaald, om de CPNB te sponsoren, maar goed.

Het magische galagevoel kreeg een derde knauw toen ik zag hoe sommige Titaantjes – de jonge schrijvers van nu, de titanen van tomorrow – gekleed waren. Miniskirts in pijnlijke kleuren, trainingspakken met hippe logo’s, sneakers met open veters – voor Crocs of Birkenstocks was het gelukkig een paar graden te koud. Nu, iedereen moet zelf weten wat hij of zij aantrekt, en opvallen is gezien worden, maar als je bijlange niet de enige bent, dan val je echt niet meer op. En bovendien, het heet toch niet voor niets Boekenbal? Stond ik daar, pulkend aan m’n Maison van den Hoogen.

BN’ers, BN’ers, BN’ers
We deden rondjes. En ja, we spotten Harry Mulisch, Remco Campert, Jan Mulder – the usual suspects zonder wie het Boekenbal niet compleet zou zijn. De camera’s richtten zich verlekkerd op de felrode pumps van Robert Vuijsje’s femme fatale. Ook van de partij: Max Westerman, Cornald Maas, Matthijs van Nieuwkerk, Beau van Erven Dorens, Harry de Winter. Die hebben ook nog wel wat met boeken te maken, toch? Tuurlijk, we doen niet moeilijk. We negeren maar even de hijgende hondjes die achter hen aan liepen.

Marc-Marie Huijbregts’ timbre schalde voorbij.

Bert van der Veer sloot zijn armen om Judith Osborn.

Tatum Dagelet liet haar wellustige ogen over mijn introducé glijden.

En toen begon ik te beseffen dat ik dat allemaal niets vond.

Illusies, desillusies
Eerst is het nog wel leuk, dat kijken, dat zoeken, dat vinden. De een stoot de ander aan en zegt: ‘Hé kijk, daar is dat blonde huppeltje, je weet wel, van tv.’ De ander kijkt en knikt en zegt: ‘En daar, zie je hem, die dikke Jakhals van De Wereld Draait Door!’ Nog een drankje? Nog een drankje. Beetje wiegen op de live muziek. Beetje foto’s maken. Beetje... tja.

Gesprekken. Daar hoopte ik op, vermoed ik achteraf. En ik vermoed ook dat ik gewoon een te welopgevoede Vlaming ben. Zie ik Geert Mak geanimeerd praten met een mij onbekend persoon, ga ik dat gesprek heus niet kapot knallen door hem aan zijn mouw te trekken en te zeggen: ‘Meneer Mak! Kent u mij nog? Ik zat ooit in uw auto!’ Wat wel zo is, maar wat boeit het? Hem boeit het niets. Mij boeit het – eerlijk is eerlijk – ook bijster weinig. Hoe diep kunnen gesprekken gaan als de ogen van je gesprekspartner (niet Geert Mak, for the record) continu van links naar rechts schieten omdat er zoveel valt te zien, zoveel béters valt te zien?

Misschien zit er als debutantje inderdaad weinig anders op dan je heel opzichtig te kleden om er nog wat van te maken. Of je moet dronken zijn. Of allebei. Ja: allebei. Volgende keer giet ik mezelf van tevoren vol met Wodka Red Bull. En dan draag ik dit fijne Wiske-outfit:


Conclusie: Boekenbal 2011, here we come! :)

Dienstmededeling, dienstmededeling... Er resteert nog één set kaartjes (as in, het zijn er twee) voor mijn Arty-party op 22 maart! Reageer snel op mijn vorige stukje en misschien wordt u wel tot winnaar verkozen!

En bent u nou echt té benieuwd geworden naar de inhoud van dat boek van mij? Ga dan naar het befaamde literaire weblog Van Boeken En Mensen, waar vandaag een eerste voorpublicatie is verschenen. (JP kwam deze week aan het woord, Charlotte komende donderdag!)

Meer, méér...

donderdag 10 december 2009

Floortje Selis has sent you a message

1 stok(ken) achter de deur

‘Leuk!’ Zo begon de boodschap die ik op 6 oktober via LinkedIn ontving. Afzender was Floortje Selis, een geliefde ex-collega van bij Quote, inmiddels aan de slag als Begaafde Graphic Designer bij allerlei bladen. Leuk, zei ze? Meisje, liefje, wat is er dan zo leuk? Hongerig klikte ik de e-mail open.

Floortje Selis has sent you a message.
Date: 10/06/2009
Subject: leuk!

Zit ik hier rustig mijn werk te doen, gezellig bij de AvantGarde, kom ik ineens een stukje over jouw nieuwe boek tegen. Mag ik die pagina ook nog opmaken, wat een eer!

Heel veel succes!!
Liefs,
F


Allerlei rampscenario’s vertroebelden mijn gedachten. Een stukje over mijn nieuwe boek. Geweldig, maar god, ik wist van niets! Hoe konden ze al een stukje over mijn roman schrijven als die roman op dat moment nog slechts voor de helft af was, net als de auteur ervan (ik bedoel, helemaal Auteur ben ik nog lang niet)? Waar hád die schat van een Floortje het over?

Ik stuurde haar meteen een e-mail. WTF, darling? Ze verduidelijkte:

Het stukje over jouw boek is heel leuk, het gaat er namelijk om dat je boek promoten na dat het uitkomt zooooo vorig jaar is, nu wordt je boek gepromoot voor dat het uit is gekomen, dus je wordt gewoon lekker opvallend even aangekondigd en dat mensen je verhaal kunnen volgen via boek op de plank.

Ah! Blij (zeg maar, eh, buitensporig extatisch) reageerde ik:

Quoting Emily Gordts:

Ooooh lieverd, je mailtje maakt me duizend kilo lichter! Ik was zo bang dat het inhoudelijk over m'n boek zou gaan. Want het is al helemaal anders dan het in die brochure werd aangekondigd, weet je wel? Een roman-in-wording laat zich blijkbaar niet vangen in een commerciële brochuretekst!!! Maar het gaat dus over de marketing - dat is prima, dat is zelfs supergoed!!!!! Origineel dat ze daarover schrijven, zeg. Wanneer komt die avant-garde uit?


Nou, eind november dus. Da’s alweer een tijdje geleden, maar ik durfde de krantenwinkel niet zo goed binnen te lopen. Ik was er immers nog niet helemaal van overtuigd dat ik écht in de AvantGarde zou verschijnen, en ik wilde het artikel eerst zeker zien staan voordat ik het blad zou aanschaffen. Ik bedoel, ons Floortje vertrouw ik natuurlijk 100%, maar bladenmakers willen de inhoud weleens zomaar omgooien. En zeg nou zelf: wat moet ik met een AvantGarde waarin ik niet figureer?

Gisteren was het zover. De Albert Heijn vlakbij de Magna Plaza leek me een geschikte locatie om mijn plan uit te voeren:

(i) de AvantGarde uit het schap trekken;
(ii) naar links kijken;
(iii) naar rechts kijken;
(iv) het blad van cover tot achterflap doorbladeren.

(Da’s namelijk niet zo makkelijk in de krantenwinkel om de hoek, waar de nietsverkopende verkoper me danig op de vingers kijkt.)

Het plan werkte, behalve dat ik stap (iv) beter had omgedraaid. Ik bladerde, en bladerde, en bladerde. Ik ben één brok emotie, besefte Lieke van Lexmond. Reclame voor H&M. Voorspelling 2010: minder is meer. AvantGrades mode en beauty wishlist. Wende & Jan: “We maken elkaar regelmatig uit voor rotte vis.” Tieten. Calvin Klein. Tieten. Tieten.

Nope, dacht ik, ’t was te mooi om waar geweest te zijn.

Tot ik bij de Agenda uitkwam:

>>> MUZIEK >>> WEBSHOPPEN >>> BOEKEN >>> FILM >>>

BOEKEN??? Ja: BOEKEN!!!

Pagina 135: in ’t knalrood (thank you Floortje!!), staat de cover van Arty-farty. Ik kon er niet omheen. Dit was ‘m! Dit was ik!

Het resultaat? Zalig. Oké, mijn 3 maanden stage bij Trouw bleek zwaarder te wegen dan mijn ervaring van 2,5 jaar bij Elsevier, en in januari is het boek alleen maar in my dreams verschenen – maar dat geeft allemaal niet. Het is en blijft zalig.













:)
Meer, méér...

dinsdag 10 november 2009

Theoria verruimt horizonten!

3 stok(ken) achter de deur

Kortrijkzanen besteden hun geld niet graag aan boeken. Dat leid ik af uit het aantal boekhandels in mijn geboortestad: Kortrijk (75.000 inwoners) telt één goede kinderboekhandel en één goede grotemensenboekhandel. That’s it. Er is een Standaard Boekhandel, maar die speelt vals: da’s helemaal geen boekhandel.

Voor de jonge lezers was (en is) er Sjaalman. Daar gingen mijn broer en ik soms heen, met papa. Ik weet er niets meer van: in dezelfde straat bevond zich speelgoedwinkel Kristalijn. Verboden terrein, dus heerlijk.

Sjaalman was verboden noch heerlijk. In de schappen lagen dure boeken, bekroond door zilverharige juryleden. Boeken die papa vele eeuwen eerder zelf had willen krijgen. Mooi voorbeeld: een hardcover van Margriet Heymans. Lieveling, boterbloem (1988) ging over het meisje Berthe dat haar pop al rijmend moest redden van een boze fee. Die fee, erop gebrand de pop te mishandelen, was haar alter ego. Papa was dol op zulke artistieke verhaallijnen. De pop heette Poppeleia. Ik vond dat stom; papa niet.

Toen we wat ouder waren, en beloofden braaf te zijn, mochten we op zaterdagmiddag mee naar Theoria. De Volvo werd dan geparkeerd in een zeer donkere, kille garage. Vervolgens moesten we een trap op, die leidde naar de achterdeur van Theoria. Theoria vond ik raar. Het kleurloze (grijze? groene?) tapijt dempte alle geluiden. Weinig licht, veel ruimte. Contact met de verkopers heb ik er nooit gehad. Ik was toen sowieso meer een bibliotheekmeisje; Theoria had een te grote drempel. Maar Theoria was wel De Boekhandel. De enige echte boekhandel van Kortrijk, al 35 jaar lang.

Papa gaat er nog steeds heen.

Van: Papa
Verzonden: zaterdag 7 november 2009 11:33
Aan: Emily
Onderwerp: boek

Dag Em,

Gisteren was ik bij Theoria en de baas overviel mij met de zin "Is dat uw dochter die een boek uitbrengt?"... :-)

Hij is wild enthoesiast... :-)

Dus als het goede kritiek krijgt, zal je een signeersessie moeten versieren in je geboortedorp!!!!

HAHAHAHAHAAA :-)

De roem komt op zevenmijlslaarzen aangehuppeld!!!
Heb ik al gezegd dat Theoria de allergaafste en allerhipste boekhandel van Kortrijk is? Gaat er allen heen! Onze Lieve Vrouwestraat 22, 056/216217! Op werkdagen open van halftien tot twaalf en van halftwee tot zes, en op zaterdag van tien tot twaalf en van twee tot zes! En ik ben er zeker van dat het tapijt sinds mijn kindertijd allang is vernieuwd. Meer, méér...

zondag 18 oktober 2009

Intermezzo

0 stok(ken) achter de deur

Suddenly I see
This is what I wanna be

Suddenly I see
Why the hell it means so much to me
Meer, méér...

donderdag 4 juni 2009

Over hooi- en plankenkoorts

0 stok(ken) achter de deur

Er komt slijm uit mijn pen. Slijm, snot, en tranen. Serieus, ik kan zo aan de slag bij de scenarioschrijvers van My Big Fat Greek Wedding (gisteren helaas gekeken – uit pure lamlendigheid). Op mijn beeldscherm verschijnen gedrochten als “Hij voelde zo’n afstand” en “Ze was niet goed genoeg voor hem”. Het ergste is nog dat ik die ‘auw-zinnetjes’ (© Thomas) gewoon laat staan, alsof ze er mogen wézen.

Niet dus. Hooikoorts. Heel erg. (En nee, niets helpt – niet in 2007, niet in 2008 en dus ook niet in 2009.) Of: plankenkoorts. Alles gaat opeens zo snel, terwijl mijn roman niet vooruit is te branden.

Eerst kwam die titel – Arty-Farty dus – en toen ging het over de foto (komende maandag word mijn hooikoortskop gekiekt) en vrijdag al kreeg ik vier kandidaat-covers binnen. Ik mag ze hier niet herproduceren; er is mij expliciet medegedeeld dat een internetverkiezing géén optie is (jammer, want u heeft vast wel smaak). Drie van de vier waren geweldig! Dus leuk was het wel.

Maar ook eng. Ik bedoel, ergens vorige week draaide Marga van De Bezige Bij het nummer van Esther van Gameren om het over mijn boek te hebben. Mijn boek! Of Esther een paar covervoorstellen kon doen? “Voor een roman, ja. Thomas Rap, inderdaad. Nou, dat wijffie het meisje de auteur heet Emily Gordts. G-o-r-d-t-s. Nee, d-t-s. Nee, r-d-t-s. Goed, haar roman gaat waarschijnlijk Arty-farty heten, maar daar zijn we nog niet helemaal uit. Nee, ze is nog niet heel ver met haar boek – je kent dat… Ja, ik zou wel willen dat ze allemaal zo snel waren als jij.

“Ach, boeien wat doe je d’ran enfin. Thema: kunst. Ze had nog een ideetje, maar dat is dus to-taal niet uitvoerbaar. Ze wilde graag een foto van een receptie in een galerie, heel hip, heel trendy, met spiegels aan de muur in plaats van schilderijen. Spiegels, ja. Nee, dat dacht ik ook joh, hahaha! Jonge auteurs denken dat we loaded zijn we barsten van het geld het geld ons op de rug groeit… Haha. Ha. Ha. Ja, dus bedenk jij wat anders? Ik zie het wel tegemoet. O, en schat en trouwens? De omslag van Oboema Sesetokoe’s boek was een toppertje de koning prima! Doeg Ciao Mazzel Dag!”

Zucht. Ik ben zo stom. Ze doen daar allemaal zo hun best om er iets prachtigs van te maken, en ik zit hier te zeiken. Eerst gaat het me niet snel genoeg, dan moet de rem erop. Nog iets, mevrouw Gordts? Ja, medelijden graag, want ik ben toch zo ontzettend zielig! Verwend nést.

Gelukkig belde Hans mij daarnet. Ik had hem alleen gezegd dat er slechts hooi uit mijn pen kwam. Maar hij had het door. Dit ging niet over hooikoorts. En dus drukte hij me op het hart dat hij dit ook allemaal voelde toen hij met zijn eigen roman bezig was, alweer zes hooikoortsseizoenen geleden. Ga naar de bioscoop, raadde hij aan. Dat lucht op. En schrijven? Nee joh, zei Hans, jij hebt hooikoorts. Jij moet gewoon lekker niets doen.

Ah, Hans.

“Hans, een man naar mijn hart.”
“Gelukkig is daar Hans.”
“Hans, redder in nood.”
“Hans, wie Anders?”

Auw, hoor ik Thomas kermen, auw!
Meer, méér...

woensdag 22 april 2009

Bril keek de wereld in

1 stok(ken) achter de deur

Ik vond het raar dat hij olijfolie op zijn lijf smeerde voordat hij onder zijn Midden-Franse zon ging liggen. Kreeg hij een extra mooi kleurtje van, meende hij. Tevens vond ik hem er een beetje ordinair uitzien. Kwam het door zijn tanden? Door zijn lippen, misschien. Of door zijn hoofd? Ja, zijn hoofd, hij had zo’n hoofd dat er was, weet je wel?

Nu niet meer.

Niet zijn hoofd, niet zijn kleurtje.

Martin Bril
is
dood...

Ik las het een kwartier geleden. Wilde naar bed toe, maar nog eerst even snel naar nu-punt-en-el. En meteen: baf, daar was het hoofd. De grote blauwe ogen die erbij hoorden, staarden de lens in. Leeg. Zo van: wij zijn er niet meer. Echt niet.

O, Martin Bril. Ik wist dat hij ziek was – heel ziek – maar dood? Martin Bril gaat niet dood. Martin Bril is de Lance Armstrong van Literair Nederland!

Toch, dood. Helemaal dood. De schrijver die ik zo graag las. Met Evelien was ik al snel klaar, maar met zijn dagelijkse stukjes in de Volkskrant, ah, van die stukjes kreeg ik geen genoeg.

Hij kon zo mooi kijken met die grote blauwe ogen van ‘m, die Bril. Ja, zo was het: Bril keek de wereld in. Hij zoog alles op. Doodgewone dialogen werden hele composities, keurig onder elkaar geplaatst in die fijne vette lettertjes. Of naast elkaar. Of door elkaar heen. Het maakte niet uit; Bril deed het, en hij deed het goed.

Hij was ook de uitvinder van de functionele stopwoordjes. Die stopwoordjes, wat hou ik van die stopwoordjes! ‘Ach’, zo las je dan opeens, na zo’n dialoog. Of: ‘Tja.’ Het lag eraan.

Onze Bril. Wat zou hij er zelf van denken?

Enfin.

Ja.

‘Enfin.’
Meer, méér...

donderdag 16 april 2009

Hoe moet dat toch?

3 stok(ken) achter de deur

First in, last out. Zo gaat dat bij mij. En ik word er niet blij van, want ik heb het niet over ontslagregelingen. ’t Zijn mijn werkuren: ik kom als eerste binnen op ‘kantoor’ en ik ga als laatste weg. En elke keer weer sta ik ‘s ochtends op met de gedachte dat ik die dag vroeger naar huis ga. Om aan mijn roman te werken.

Uit het nrc.next-artikel blijkt dat ik elke zondagavond mijn agenda bekijk en twee werkdagen prik, die ik zal wijden aan het boek. Uit de realiteit blijkt iets anders. Het lukt mij niet om werk en roman evenveel aandacht te geven. Fifty-fifty amehoela; ik zit aan ninety-ten. Als eigen baasje is er altijd wat te doen. Het houdt nooit op.

Niet-dringende opdrachten zou ik nog vooruit kunnen schuiven – nieuwsbrieven, vertalingen, columns – maar om één of andere reden is alles wat de klok slaat, ongelooflijk dringend. En dus dringt het in mijn hoofd, in mijn bloed, in mijn vinger. Het dringt overal behalve in mijn roman.

Die wordt weggedrongen.

’t Roept het beeld op van een stille, teruggetrokken jongen met witblond haar, die zo graag zijn bootje zou willen oplappen – er zit een gat in de bodem en het zeezout heeft de verf weggevreten – maar daar nooit aan toekomt. De plicht (zijn zieke grootvader) roept. Het bootje wacht. En op een dag keert hij eindelijk terug naar de duinen, maar zijn bootje vindt hij nergens terug. Nooit meer.

Zucht.

Het erge is dat het verhaal – niet dat melodramatische sprookje van net, maar mijn verhaal – steeds meer leeft. In mijn hoofd, dat dan weer wel, maar toch. Het wil eruit. Het schreeuwt nog net niet luid genoeg, maar het wil er wél uit.

Nu vraag ik u, lieve lezer, hoe je dat als zelfstandige? Hoe zorg je ervoor dat het dringen – het dwíngen – afneemt? Zonder goede opdrachtgevers teleur te stellen, want die bewonen in de recessie steeds heiligere huisjes… Zonder deadlines te missen of aanmaningen tot betaling te krijgen…

Ruimte in mijn hoofd! Lente-schoonmaak in mijn leven! Wie vertelt mij: hoe moet dat toch?
Meer, méér...

maandag 2 februari 2009

Bibliobaby

0 stok(ken) achter de deur

Een paar dagen geleden – waarschijnlijk op het moment dat ik mijn honderdduizend kilo wegende snowboard in de Skiraum smeet (leren boarden maakt mij moe, lui en lastig) – werd in een Amerikaanse bibliotheek een baby geboren.

Het was negen uur lokale tijd, en het was een meisje. Persbureau AP meldde het nieuws op droogkomische wijze: ‘There wasn't time to look up any books on obstetrics before a woman gave birth in the Denver Public Library.’ Sariah Trevino – slechts achttien jaar jonger dan haar moeder – is nu een week oud.

Van de bibliotheekmedewerkers kreeg ze een bibliotheekpasje. Een bibliotheekpasje. Tja. Als het wurm geboren was in een (vliegend) vliegtuig, mocht ze haar leven lang gratis vliegen. Is dat een mythe? Ik vrees van wel; het is ongetwijfeld aan de luchtvaartmaatschappij om de pers al dan niet te halen met het uitdelen van een levenslang abonnement. Voor de ambitieuze hoogzwangeren onder ons: check in bij Jazeera Airways en baar je kind ‘in mid-air’. Dat mag vervolgens gratis vliegen tot zijn of haar achttiende. Doet Jazeera moeilijk, drop dan de naam Nancy Majdy. Komt het allemaal goed.

En toch koester ik meer sympathie voor Sariah dan voor frequent flyer Nancy. Een bibliotheek als geboorteplek, daar moet toch een fijn karakter uit voortvloeien? Een bijzonder, beletterd zieltje.

Of misschien niet.

We schrijven 2029, New York City. Lunch time @ KFCDonald’s. Sariah – single mom of two – staat in de keuken en neemt een hap van haar goatburger. Een vettige lok valt voor haar gezicht. In het meestal lege hoofd van haar beste vriendin A’shadieeyah, druk bezig met het frituren van geperste kipblokjes, borrelt een vraag op: waar is Sariah eigenlijk geboren? ‘Denver’, smakt Sariah. ‘Yeah, I was born inside the Public Library. No, seriously. My mom was, like, addicted to reading or something? I don’t know, she gave me away when I was two. But anyway, I was told that, like, as soon as I was born, she tore a couple of pages from an encyclopedia to wrap me up in them. Like a big fat donut or something! Maybe she hoped it would make me smart. I don’t know. But when I heard it, I was like, o my god! I mean, reading is lame!’
Meer, méér...

donderdag 22 januari 2009

Spieken bij de schrijvers

0 stok(ken) achter de deur

Een tussendoortje. Momenteel heb ik het belachelijk druk; ik verlang naar zaterdag. Dan treinen mijn mannetje en ik vier lange, lome uren door Zwitserland heen, op weg naar Glühwein en Gerstensuppe.

Het rare is: als ik het druk heb, heb ik het opeens niét te druk voor onzinnige dingen. Zo gluurde ik vanochtend zonder gêne de werkkamers van andere schrijvers binnen. Fascinerend! Kijkt u mee…



En dat allemaal dankzij een krant die zich nooit met voyeurisme zou afficheren… Dank, NRC Handelsblad!
Meer, méér...

maandag 29 december 2008

Vondst 08

0 stok(ken) achter de deur

Het zijn laffe tijden voor de schrijverij. Vandaag ben ik weer aan het werk, na vijf dagen respectievelijk kerstvieren (België), bijkomen (België), kerstvieren (Nederland), strandwandelen (Nederland) en ijsschaatsen (Nederland). Ik heb nog nooit zulke fijne feestdagen mogen meemaken, heus, maar nu eist de onproductiviteit zijn tol: ik ploeter. Schaven aan het reeds geschrevene wil nog lukken. Maar het hoofdstuk afmaken, poeh, dat gaat echt moeizame letter per moeizame letter.

Gelukkig is er dé vondst van 2008. Het was donderdagmiddag, eerste kerstdag. Soezerig reden we terug naar huis, af en toe opgeschrikt door een flinke boer à la rosbief. ‘Oh là là’, zuchtten we dan gelaten, ‘oh là là...’

Ergens bij Breda hielden we halt voor een pitsstop. Terwijl manlief zijn door techniek voorgesprongen automobiel voltankte, glipte ik de overbelichte shop binnen. Ik weet niet waarom ik binnenging; ik had niets nodig.

En daar, tussen de duffe pornoblaadjes en de nieuwsloze kranten in, dáár trof ik aan wat mij nu, in deze laffe tijden, sterkt: Boek 08.

Boek wat? Ik had er ook nog nooit van gehoord. Boek 08 (dat meer op een tijdschrift lijkt, maar goed) is het literaire jaarboek van het Vlaamse weekblad Knack. Aan een antiek Knack-artikel te zien, bestaat het al een jaar of drie. Boek 08 is een staaltje literatuur in een intellectueel jasje, van het type dat in Amsterdam alleen wordt ingevlogen door de ruimdenkenden van het Atheneum Nieuwscentrum. Maar bij Breda hoef je dus gewoon langs de Shell, of weet ik veel welke oliehut het was.

Hoewel een volledig rek al twee maanden in beslag werd genomen door Boek 08, keek het kassameisje ernaar alsof ze de bundel voor het eerst zag. Dat bleek ook zo te zijn. ‘Ik heb dit nog geen enkele keer verkocht’, zei ze verontschuldigend, en ze tikte het ISSN-nummer handmatig in. ‘Nul… zeven… zeven… twee… drie… twee… één… nul’, hoorde ik haar door het dikke glas heen mompelen. ‘Diversen… Vijf euro alsjeblieft.’

Eenmaal terug in de auto doorbladerde ik mijn nieuwe aanwinst met het enthousiasme van toen ik als zesjarige op vrijdag verlekkerd de geur van de wekelijkse Zonnekind opsnoof. Teleurgesteld werd ik allerminst: Boek 08 (onvindbaar op internet) is geweldig! Nederlandse auteurs praten over de Vlaamse canon, Hugo Claus wordt herdacht, Philip Norman vertelt over John Lennon, en het schijnt dat er nog steeds Vlaamse auteurs zijn die in het Frans schrijven.

Waarom Boek 08 mij sterkt? Die eer valt te beurt aan ‘De Bewaker’, een roman die in het voorjaar van 2009 verschijnt en waarvan een voorpublicatie in Boek 08 werd afgedrukt. De auteur is ene Peter Terrin, volgens Knack een ‘blogger’ en een ‘schrijver’. Dat is ook echt zo: hij blogt (niet toevallig op Knack.be) en hij schrijft (‘Peter Terrin werd meermaals geprezen als literair buitenbeentje’). Een kerel om u tegen te zeggen dus, die Terrin.

Maar weet u nou waarom deze voorpublicatie mij sterkt? Omdat ik er helemaal niets aan vind. Het onderwerp staat me tegen, de stijl staat me tegen, alles staat me tegen.

Eerst dacht ik nog dat het zo hoorde, dat het paste bij de nogal geschifte ik-persoon, die er misschien voor zorgde dat Terrin zinnen neerpende als: ‘Ik ruik zijn onrust. De geur van walnoot, jonge walnoot die pas uit de boom is gevallen, met een keiharde, vochtige schelp.’ Of een simpeler voorbeeld: ‘Ik vermoed dat ik vlug zal inslapen.’ Tja.

Maar helaas, hoe vergevingsgezind ik met momenten ook kan zijn, het ligt niet de ik-persoon. Het ligt aan Terrin zelf. Het bewijs levert hij op zijn weblog: ‘Voor de man het portier opent en in de hete wagen stapt, snuift hij de lucht op, sluit zijn ogen. Vannacht zal zijn hart weer traag zijn borst schudden.’ En: ‘Als ik er goed over nadenk, moet ik besluiten dat ik me sedert 1982 niet meer heb verveeld.’

Wel, als ík er goed over nadenk, moet ik besluiten dat ik dit ook kan. Nee, ik moet besluiten dat ik dit béter kan. En dat sterkt mij. In deze laffe tijden.
Meer, méér...

dinsdag 16 december 2008

Spiegelschuld

0 stok(ken) achter de deur

Gisteren lag ik op de bank, geveld door een buikgriepje. Ik was niet ziek genoeg om niets te doen, maar absoluut niet gezond genoeg om iets te doen. Als je op een loonlijst staat, ga je in dit geval:

(i) naar je werk, en weer vroeg naar huis;
(ii) niet naar je werk, want je meldt je ziek.

Maar ik hoef momenteel aan niemand verantwoording af te geven, dus werd het als vanzelf een dagje dutten, bankhangen, NET 5 kijken en de Vrij Nederland lezen. In mijn hoofd had ik zelfs een bezorgd moederfiguurtje rondlopen dat bij tijd en wijle hete kippenbouillon en/of citroendrankjes langsbracht. En kusjes, heel veel kusjes. Klinkt goed, nietwaar?

Nou, behalve het steengoede VN-kerstnummer was het ronduit kut. Vrijdagmiddag kreeg ik namelijk van mijn bezig bijtje te horen dat mijn ‘eerste worp’ zeer overtuigend en beloftevol is, maar dat ik het tempo wat moet opdrijven (vijfduizend woorden na een week of vier, da’s echt veel te weinig – zei hij niet, zeg ik). Een fijn vonnis, vond ik zelf – ik stond te juichen.

Toen kwam zaterdag. We haalden onze kerstboom in huis en raakten lichtelijk beneveld op de dertigste verjaardag van onze zeer dierbare vriend Skippy.

Toen kwam zondag. In de gloed van de kerslampjes keken we, lichtelijk bekaterd, naar Thank You for Smoking.

En toen dan eindelijk maandag was gearriveerd en ik mijn vijfduizend woorden op elkander verliefd wilde doen worden opdat ze heel veel kindjes zouden krijgen, werd ik ziek.

Ik zag mezelf liggen op die bank van mij: een hoopje mens dat dácht aan schrijven maar niet schrééf. Dat echt bíjna zou kunnen schrijven, maar dat nét niet aan kon omdat een merkwaardige krampennevel over haar brein en buik hing.

Schuldig voelde ik me. Vroeger kon ik me schuldig voelen naar mijn baas toe, nog vroeger voelde ik me schuldig naar mijn leraren toe. Nu voel ik me schuldig naar mezelf toe. Naar mijn spiegelbeeld. Het is een rare gewaarwording, zo’n spiegelschuld.
Meer, méér...

maandag 8 december 2008

Subsidie 2.0

4 stok(ken) achter de deur

Tussen de soep en de patatten door leerde ik gisteren dat Tchaikovsky (u weet wel, de Russische notenkraker die nu 168 jaar oud zou zijn) werd on-der-hou-den. Naar mijn mening is dat een zeer begerenswaardige positie. Wie wil nou niet onderhouden worden?

Ik heb het niet over de eega-eego relatie. We weten allemaal dat vrouwen niet horen te teren op het geld van hun venten. En omgekeerd natuurlijk. Dat vind ik ook! (Hoewel ik moet toegeven dat ik gaarne te pas en te onpas gefêteerd word. Je bent verwend of je bent het niet.)

Nee, het gaat hier om de band tussen patronus (geen Potter-variant) en clientes. Eerstgenoemde onderhoudt laatstgenoemde, gewoon, for the sake of art! Lekker, toch? Dat is pas subsidie. Ik wou dat ik zo'n geldschieter had. Want na een maand ex-loonslaaf merk ik al hoe het creatieve luikje in mijn hoofd steeds wijder open staat. Kom maar op met dat geld! Dan hoef ik het niet meer te verdienen en kan ik gaan produceren! Aan de lopende band, jongens!

Net als Tchaikovsky. Man, wat had die jongen een fijne patron! Nadeshda von Meck heette ze. Mevrouwtje фон Мекк werd zelf eerst onderhouden door een treintycoon (het is haar gegund; ze baarde 18 kindertjes) maar in 1876 werd ze weduwe van de bovenste plank. Twee jaar later kon Pjotr (toen 38) zijn baantje als professor aan het conservatorium van Moskou opgeven: Von Meck besloot hem jaarlijks zesduizend roebel toe te stoppen. Dat schijnt vijftien keer zoveel te zijn als de fooi waarmee een ambtenaar zijn gezin in leven moest houden. In elk geval was het veel: Von Meck ontving de ene dankbrief na de andere. Zodoende hield de roebelregen wel veertien jaar aan. Nou, ik zou er ook mooi van gaan musiceren, echt wel.

Tegenwoordig zijn ze schaars, die patronnekes. Clientes moeten al lang client zijn voordat ze dollartekens mogen ontwaren in de ogen van Moedertje Staat of andere Moedertjes. Van alle kanten wordt debutanten ten stelligste ontraden te debuteren. Alleen voor een tweede boek krijg je - als je geluk hebt - een zak(je) geld van het Fonds voor de Letteren: 'Debutanten kunnen eenmalig een stimuleringsbeurs aanvragen voor het schrijven van een tweede boek.'

Bij het lezen van zo'n zin kreunen mijn spaarcentjes. Werk dóór, sissen ze me toe, de bodem is nabij! Toevallig luisterde ik na mijn Tchaikovskiaans inzicht naar Q-music. Daar kan je momenteel 61.000 euro winnen (netto, zei de radiomeneer - NETTO). Het enige wat je hoeft te doen, is een geluid raden. Maar ja, dan moet je weer het geluk hebben om je winnende antwoord op de radio te mogen vertellen, na tig sms'jes en telefonische wachtrijen.

Mja.

Ik ga maar weer eens aan de slag. Al dat gedagdroom... Werken, kreng, werken!
Meer, méér...

donderdag 4 december 2008

Jet hag

1 stok(ken) achter de deur

Ontzettend irritant, dit. Het is alsof ik niet kan nadenken, maar dat klopt niet, want ik word overspoeld door te veel gedachten tegelijkertijd.

1. Ik veracht mijn eigen lichaam, dat de afgelopen twee nachten besloot om telkens twaalf uur te slapen. Alsof New York zo ver weg is! Het is gewoon Nieuw Amsterdam, hoor, je moet er heus niet zo'n big deal van maken. Get a grip, stom lijf. Vanochtend schoot het lijf mijn bed pas uit om 11u38. Zo komt er natuurlijk nooit schot in de zaak.

2. Ik luister naar Pink Floyd en denk: all in all, every day is just another brick in the wall. En vervolgens denk ik: my wall is crumbling, where are my bricks? I should go and get myself some bricks. I should do something.

3. De Vrij Nederland laat de werkkamer van Cees Nooteboom zien. Ik tuur naar de houten vloer waarop zijn Eames Aluminium Chair rust. Een vierkante meter naakte, splinterige rauwheid. ‘De uitgesleten plek die bewijst dat schrijven steeds moeilijker wordt’, staat erbij. Ik denk aan mijn eigen vloer.

Wanhopig schud ik mijn hoofd, als een hond die de regen uit zijn vacht schudt. Het kinderkoor van Pink Floyd moet zwijgen; ik ruk de stekker uit het stopcontact. Ik brouw een liter Earl Grey, sla de Vrij Nederland dicht, maak er een onderlegger van voor mijn theepot, en klap mijn laptop open.

Zodra ik een finaal punt heb gezet achter dit idiote blogje, sleur ik JP uit de nevelen van mijn brein en kwak hem zonder medelijden op papier.

Ik hoop dat hij een paar blauwe plekken oploopt. Veel te soft, die gozer.
Meer, méér...

zondag 23 november 2008

Puts in Milaan

0 stok(ken) achter de deur

Haast onsympathiek, zo omschreef Hermann Hesse de op één na grootste stad van Italië. In april 1903 bracht hij een snipperdagje in Milaan door. 't Was een tegenvaller; de beste man hield meer van Venetië. Maar goed, hij genoot wel van zijn koffietje in de Galleria – toen was daar van de McDonald's nog geen spoor – en van een bezoek aan de 'schitterende' Dom.

U raadt het al, Jean-Pierre Puts was de afgelopen dagen in Milaan. Volgende week vliegt hij naar New York. (Die plannen ontstonden, het moet gezegd, nadat mijn eigen reisjes goed en wel geboekt waren. Zo ben ik dan ook wel weer.)

Geen letter belandde in Milaan op papier. Dat valt tegen, want dat was echt wel de bedoeling. Mijn moeder belde mij een paar weken geleden en vermeldde terloops dat ze naar Milaan ging voor de opening van een – trouwens gewéldige – Magritte-expositie in het Palazzo Reale. Mijn vader ging niet mee, die moest bij mijn zieke oma blijven. Feilloos ging mijn romanradar knipperen. High class art stuff! Jean-Pierre Puts loves that shit. Ik mocht mee; het vliegticket had een knaloranje kleur en kostte mij bijgevolg nog geen 150 euro.

Ah, het plan was puik. Net als Hesse zou ik mijn Milanese indrukken tot in de details noteren; ik zou mij in JP verplaatsen en Milaan door zijn ogen observeren. Een opschrijfboekje was ik dan wel vergeten – die nieuwbakken romanciers toch – maar dat schafte ik na aankomst meteen braafjes aan. Maar ja, toen ik op de massagetafel van het Bulgarihotel lag – courtesy of my sweet mother – vergat ik dat ik goed moest letten op wat mijn zintuigen registreerden. En zo waren er wel meer momenten dat ik de rol aannam van verwende dochter, en niet van hardwerkende schrijfster-in-spe.

Dus, lukt het met die roman, meisje klein? Mja, de eerste van vele stappen zijn gezet.

Ach, de Dom van Milaan was ook niet in één dag gebouwd.
Meer, méér...

maandag 10 november 2008

Elisa, rien que toi

0 stok(ken) achter de deur

Mijn personages knagen tussen mijn oren, maar vandaag geef ik hen weinig aandacht. Deze week heb ik mezelf, nog vóór het echte startschot, vakantie gegund. Ik moet mijn hoofd opladen, na een heftige laatste dag bij Quote (u heeft het vast gehoord, Quote en Kelder hebben weer eens mot) en met een eerste schrijfdag in het vooruitzicht.

Voordat u mij verdenkt van duivelse luiheid: de week was sowieso al naar de kloten. Er kwam immers iets tussen dat ik moeilijk kon inplannen of negeren. Een baby! En niet zomaar een baby: Elisa Jocelyne Martial Josette, geboren op vier november om zeventien over zes des ochtends. Het eerste Gordtsje van de eenentwintigste eeuw.

Da's op zich al wondermooi, maar Elisa is ook nog eens mijn metekindje (ik geloof dat dat mij in het Hollands een 'doopmoeder' maakt). Extra verplichtingen dus: foto’s op Facebook zetten, bellen met Elisa’s papa, en naar Luxemburg afreizen. Daar woont mijn broer met zijn beide meisjes.

Uiteraard neem ik mijn laptop mee. Van Thomas alias De Bij moet ik zo snel mogelijk een wervende tekst schrijven om mijn roman aan te prijzen. Die tekst mag slechts een A4’tje lang zijn, en ik kan niet zeggen dat ik er heel veel zin in heb.

Anderszijds wordt het tijd dat ik de waarheid onder ogen zie. Ik ga niet lekker dromerig aan een opus magnum werken. Zo’n A4’tje luidt een ander tijdperk in, waarin ik mijzelf keihard zie zwoegen in een duister schrijvershol, vloekend op een hoofdstuk dat niet wil vlotten. De deadline nadert, de spaarpot raakt leeg…

Bah, ik moet er niet aan denken. Dat doe ik dus nog even niet. Ik heb zojuist zes cadeautjes voor mijn gloednieuwe nichtje gekocht. En nu ga ik soep maken. Van prei en spruitjes. Ook belangrijk.
Meer, méér...

woensdag 8 oktober 2008

Persoonlijk dramaatje

2 stok(ken) achter de deur

Wie ‘impulsiviteit’ googlet, kan kiezen uit 26.700 links, waarvan de eerste naar ADHD verwijst en de laatste naar autisme. Verder valt volop te genieten van stoornissen als borderline, anorexia en depressie.

Dit verontrust mij. Ik, toonbeeld van impulsiviteit, laat mij al – mwah, wat zal het zijn – mijn hele leven lang dirigeren door wilde en minder wilde ideeën. Een beetje zoals Pirandello’s personages dienen die zichzelf aan.

En of ik het nou wil of niet, mijn impulsieve zelf zorgt ervoor dat die ideeën prompt worden omgezet in daden, nog voordat ze zich goed en wel in mijn brein hebben verankerd. Maar dat hoeft niet per se negatief te zijn, zo werd mij de afgelopen weken verzekerd, want je krijgt meer spijt van de dingen die je niét doet dan van de dingen die je wél doet.

Neem deze website. Hij ziet er dan wel niet uit (en ik hou niet eens van zuurstokken), maar ik ben er blij mee. Misschien omdat ik er nauwelijks over heb nagedacht. Het voornemen was nog niet gevormd of ik had al een Blogger-account aangemaakt. Binnen de tien minuten had ik boekinuitvoering.blogspot.com alweer verwijderd, want een betere naam klopte aan. Hup, aanmaken die hap, acceptabel fotootje erbij, eerste column erop – en voordat mijn profiel het daglicht kon verdragen, lag er een mail van ondergetekende bij een handjevol collega’s, ex-collega’s en vrienden.

Ai. Dát had ik misschien niet mogen doen. Heel erg bijzonder is deze website (nog) niet. Hij hoort ook nog helemaal niet online te staan. En toch staat ie online. Omdat ik impulsief ben.

Vandaar dat ik ging googlen. Ziek ben ik, concludeerde ik uit de websites die zich aan me openbaarden, vreselijk ziek. Dat verontrust mij, zeker nu ik steeds meer besef dat ik vanaf 1 december tegen een stoot moet kunnen – mijn eigen kredietcrisis komt eraan.

Gelukkig laat Google het woord aan de god der chemische oplossingen: via een gesponsorde koppeling vertelt Janssen-Cilag mij dat ik beter word van methylfenidaat of dexamfetamine. Zelfs met tricyclische antidepressiva, atomoxetine of nortriptyline komt het goed met mij.

Maar ach, wil ik dat wel? Een persoonlijk dramaatje zou mij, als veel te gelukkige auteur, niet slecht staan.
Meer, méér...