Maartje Wortel schrijft verhalen die u niet achter elkaar moet lezen. U mag het wel, natuurlijk – van mij mag u alles. Maar ik raad het niet aan. Het zou zonde zijn. Voor de verhalen, voor Maartje Wortel, voor u. U slokt toch ook geen oester binnen vlak na een portie kaviaar? Dat doet geen recht aan de kaviaar, en de oester wordt er evenmin opgewonden van.
De bundel van Maartje Wortel – haar debuut – heet Dit is jouw huis, tevens de titel van het vierde verhaal. Een eigenaardig, ultrakort verhaal is het, over een ik-persoon die, om onverklaarbare redenen, foto's van huizen neemt. Hij of zij zegt ook dingen als: 'Wat moet je als je in Haarlem woont, zomaar in een huis ergens op de wereld, ergens in Nederland, ergens in Haarlem, ergens in een huis?' Witregel. 'Dit is jouw huis.'
Mijn huis, dus. Het heeft iets absurds. Alle verhalen van Maartje Wortel hebben dat. Wat precies, en waarom, dat weet ik niet. Ik kan het niet bevatten. Maar de pen van Maartje Wortel schrapt alle onbenulligheden des levens om plaats te maken voor de essentie. Je kan ook zeggen dat ze die onbenulligheden met haar pen juist aanscherpt, uitvergroot. In elk geval: de essentie blijft over. De puurheid.
Dat had ik eerst niet door, hoor. Het boek lag al een maand of twee op mijn nachtkastje, bijna ongelezen. De titel deed me niets, de auteursnaam deed me juist te veel. Maartje Wortel. Ik moest er een beetje om lachen. Flauw, ja natuurlijk, maar zo gaat dat soms, nietwaar? Daar kwam bij dat ik het eerste verhaal, 'Bezoek', ook al niet zo geweldig vond.
Allemaal domme redenen die me tijdelijk verblindden. De essentie zag ik niet. Ik zag niets.
Hoezo vielen de schellen me dan van de ogen? Op het – FANTASTISCHE – verjaardagsfeest van De Bezige Bij (12-12-'12) maakte ik mee hoe Maartje Wortel voorlas. Daar klom ze, circa 26 jaar oud (volgens de achterflap is ze van 1983, volgens debezigebij.nl is ze een jaartje ouder), het Open Podium op. Zelfs ik, modekluns uit het jaar nul, vond dat ze er nogal slonzig bij liep. Dat is niet erg; het viel me gewoon op. Ze had ook nog eens een lusteloze blik en een verveelde stem. Ik dacht aan de duffe cover van het boek op mijn nachtkastje, en nam mezelf voor flink en geduldig te zijn.
Maartje Wortel las voor uit het laatste verhaal van haar bundel, 'Boodschappen doen'. En na een zin of twee, toen kwam het.'Soms val ik bijna,' zegt de vrouw. 'Als iemand kijkt hoe ik loop.'
Haar man knikt.
'Ik kan daar niet tegen,' vervolgt ze. 'Als ze kijken naar hoe ik loop.'
'Maar je loopt heel normaal,' zegt haar man. 'Dat heb ik al zo vaak gezegd.'
'Dat zal best,' zegt de vrouw, 'maar als ze kijken dan val ik bijna.'
'Wie kijken er dan mevrouw?' vraag ik.
'Wat bedoel je?' zegt ze.
'Wie kijken er naar hoe u loopt?'
'Mensen,' zegt de vrouw.
'En hoe kijken ze dan?'
'Ze kijken me aan, hoe ik loop. Het is alsof ze me kunnen laten struikelen met hun ogen.'
'Ze is heel onzeker,' zegt haar man.
De vrouw zegt niets.
'Bent u ook eens echt gevallen?' vraag ik.
'Niet letterlijk.'
Haar man zucht.
'Figuurlijk,' zegt hij. 'Ze bedoelt het overdrachtelijk.'
'Ik bedoel het helemaal niet overdrachtelijk, Herman,' zegt de vrouw. 'Ik ben gewoon bang dat ik val. Het voelt alsof ik val als de mensen kijken hoe ik loop. Ik wil daarvan af dokter. Ik denk steeds dat ik op de straat kom te liggen, helemaal alleen. De laatste tijd wil ik zelfs uit mezelf gaan liggen. Om het voor te zijn.'
Als je 't mij vraagt (of niet): de Nederlandse literatuur telt veel te weinig van dit soort dialogen. Ongerepte zinnen zonder pretentie, weet u wel? Er zit een sprankje Britsachtige humor in, met het 'in your face'-gemak van de Amerikaanse verhalenvertellers. Zo van: 'Lezer, dit is het nou, hè. Dit vind ik nou leuk. En of jij het daar mee eens bent of niet, het is hoe ik de wereld zie, dus ik ga gewoon door, oké?' Dat mag ik graag, zo'n attitude.
De dag erop nam ik mijn bestofte exemplaar van het nachtkastje en begon eraan. Ik heb de hele bundel in één ruk uitgelezen. Zonde, zoals ik al eerder aangaf. Want nu is het boek uit. Ik begin straks weer van voren af aan.
woensdag 16 december 2009
En dan nu: 'Dit Is Jouw Huis', ongerept en zonder pretentie
donderdag 10 december 2009
Floortje Selis has sent you a message
‘Leuk!’ Zo begon de boodschap die ik op 6 oktober via LinkedIn ontving. Afzender was Floortje Selis, een geliefde ex-collega van bij Quote, inmiddels aan de slag als Begaafde Graphic Designer bij allerlei bladen. Leuk, zei ze? Meisje, liefje, wat is er dan zo leuk? Hongerig klikte ik de e-mail open.
Floortje Selis has sent you a message.
Date: 10/06/2009
Subject: leuk!
Zit ik hier rustig mijn werk te doen, gezellig bij de AvantGarde, kom ik ineens een stukje over jouw nieuwe boek tegen. Mag ik die pagina ook nog opmaken, wat een eer!
Heel veel succes!!
Liefs,
F
Allerlei rampscenario’s vertroebelden mijn gedachten. Een stukje over mijn nieuwe boek. Geweldig, maar god, ik wist van niets! Hoe konden ze al een stukje over mijn roman schrijven als die roman op dat moment nog slechts voor de helft af was, net als de auteur ervan (ik bedoel, helemaal Auteur ben ik nog lang niet)? Waar hád die schat van een Floortje het over?
Ik stuurde haar meteen een e-mail. WTF, darling? Ze verduidelijkte:
Het stukje over jouw boek is heel leuk, het gaat er namelijk om dat je boek promoten na dat het uitkomt zooooo vorig jaar is, nu wordt je boek gepromoot voor dat het uit is gekomen, dus je wordt gewoon lekker opvallend even aangekondigd en dat mensen je verhaal kunnen volgen via boek op de plank.
Ah! Blij (zeg maar, eh, buitensporig extatisch) reageerde ik:
Quoting Emily Gordts:
Ooooh lieverd, je mailtje maakt me duizend kilo lichter! Ik was zo bang dat het inhoudelijk over m'n boek zou gaan. Want het is al helemaal anders dan het in die brochure werd aangekondigd, weet je wel? Een roman-in-wording laat zich blijkbaar niet vangen in een commerciële brochuretekst!!! Maar het gaat dus over de marketing - dat is prima, dat is zelfs supergoed!!!!! Origineel dat ze daarover schrijven, zeg. Wanneer komt die avant-garde uit?
Nou, eind november dus. Da’s alweer een tijdje geleden, maar ik durfde de krantenwinkel niet zo goed binnen te lopen. Ik was er immers nog niet helemaal van overtuigd dat ik écht in de AvantGarde zou verschijnen, en ik wilde het artikel eerst zeker zien staan voordat ik het blad zou aanschaffen. Ik bedoel, ons Floortje vertrouw ik natuurlijk 100%, maar bladenmakers willen de inhoud weleens zomaar omgooien. En zeg nou zelf: wat moet ik met een AvantGarde waarin ik niet figureer?
Gisteren was het zover. De Albert Heijn vlakbij de Magna Plaza leek me een geschikte locatie om mijn plan uit te voeren:
(i) de AvantGarde uit het schap trekken;
(ii) naar links kijken;
(iii) naar rechts kijken;
(iv) het blad van cover tot achterflap doorbladeren.
(Da’s namelijk niet zo makkelijk in de krantenwinkel om de hoek, waar de nietsverkopende verkoper me danig op de vingers kijkt.)
Het plan werkte, behalve dat ik stap (iv) beter had omgedraaid. Ik bladerde, en bladerde, en bladerde. Ik ben één brok emotie, besefte Lieke van Lexmond. Reclame voor H&M. Voorspelling 2010: minder is meer. AvantGrades mode en beauty wishlist. Wende & Jan: “We maken elkaar regelmatig uit voor rotte vis.” Tieten. Calvin Klein. Tieten. Tieten.
Nope, dacht ik, ’t was te mooi om waar geweest te zijn.
Tot ik bij de Agenda uitkwam:
>>> MUZIEK >>> WEBSHOPPEN >>> BOEKEN >>> FILM >>>
BOEKEN??? Ja: BOEKEN!!!
Pagina 135: in ’t knalrood (thank you Floortje!!), staat de cover van Arty-farty. Ik kon er niet omheen. Dit was ‘m! Dit was ik!
Het resultaat? Zalig. Oké, mijn 3 maanden stage bij Trouw bleek zwaarder te wegen dan mijn ervaring van 2,5 jaar bij Elsevier, en in januari is het boek alleen maar in my dreams verschenen – maar dat geeft allemaal niet. Het is en blijft zalig.
:)
Meer, méér...
donderdag 26 november 2009
Rust, ruimte, en NO FACEBOOK
De een trekt zich terug in een klooster, de ander in z’n ouderlijk nest. Ik, ik deed het in Londen. Schrijven. Continu, vijf dagen achtereen. Want in Amsterdam lukte het niet erg met ‘rust en ruimte’, essentieel volgens schrijversmakelaar Paul Sebes. Ik heb de beste man nooit ontmoet, maar dit schrijft hij in zijn bestseller over bestsellers:
Dat je er met talent alleen nog niet bent, beaamde ook het nieuwe, Vlaamse talent Ivo Victoria. Hij vertelde onlangs over een televisie-interview met Salman Rushdie. De interviewer vroeg aan de auteur: ‘Meneer Rushdie, wat vindt u het allermoeilijkst aan schrijven?’ ‘Blijven zitten,’ antwoordde Rushdie. En zo is het ook, beaamde Victoria. Je moet voor je scherm gaan zitten, beginnen met tikken en vooral: blijven zitten. Als dat je lukt, volgt de inspiratie vanzelf. Zijn tweede tip is dan ook: begin gewoon. De inspiratie komt tijdens het schrijven.
Het klinkt zo vanzelfsprekend. Nu ik het opnieuw lees, kan ik alleen maar knikken. Gek, want ik heb dit al eens gelezen, een jaar geleden. Toen voorzag ik bovenstaande alinea van de nodige kruisjes en cirkeltjes, maar ik stak er blijkbaar niets van op. Ik moest het zelf ontdekken. Pas nu, vijf dagen voor de deadline (die is verzet naar 1 januari), kan ik zeggen dat mijn frank eindelijk is gevallen.
Bij mij is ‘blijven zitten’ niet het probleem. Dat kan ik met het grootste gemak, uren achtereen. Pleur mij ergens neer met mijn laptop, en ik blijf braafjes zitten. Als ik internet heb, tenminste. Daar zit het ’m: er is zoveel te doen! E-mailen (account 1, 2, 3, 4 en dan ook nog eens Google Wave uittesten), nu-punt-en-ellen, twitteren, en… Facebooken. Facebook is mijn grootste vriend, dus mijn allergrootste vijand. Lekker lezen wat mijn social network aan het uitspoken is, daarop reageren, filmpjes kijken, doorklikken naar andere filmpjes, originele status updates bedenken, me verkneukelen om foto’s van lang verloren vrienden… Ik heb het er maar druk mee.
Toen ik maandag 16 december met ‘schrijven’ begon, begon ik vooral met internetten. Dat ben ik immers gewend. Uren gingen voorbij. Ik werd er ellendig van: waarom lukte het nou niet, dat schrijven? Ik moest echt van iemand horen: ‘Eh, misschien ligt het aan het feit dat je continu zit te surfen? Zet internet uit! Uit, zeg ik!’ Ja, maar dat kan ik niet, ja, maar je weet niet wat je zegt…
Maar, maar, maar. Klaar met maar. Dus maandagmiddag dwong ik mezelf een belofte af: e-mail uit, en internet enkel en alleen gebruiken om synoniemen.net te raadplegen. Streng en consequent was ik, zoals Sebes in Bestseller aanraadde, en ik verbrak de afspraak met mezelf bijna niet meer. En zo kwam ik langzaam maar zeker in de Flow. Vijf dagen later had ik er vier cruciale hoofdstukken uit geramd. In totaal telt Arty-farty nu 36.000 woorden – 9.000 meer dan voordat ik op de Easyjet naar London Gatwick stapte.
Ik heb nog zeker 15.000 woorden te gaan, maar ik weet het zeker: ik kan het. Als ik nu offline ga.
Meer, méér...
dinsdag 10 november 2009
Theoria verruimt horizonten!
Kortrijkzanen besteden hun geld niet graag aan boeken. Dat leid ik af uit het aantal boekhandels in mijn geboortestad: Kortrijk (75.000 inwoners) telt één goede kinderboekhandel en één goede grotemensenboekhandel. That’s it. Er is een Standaard Boekhandel, maar die speelt vals: da’s helemaal geen boekhandel.
Voor de jonge lezers was (en is) er Sjaalman. Daar gingen mijn broer en ik soms heen, met papa. Ik weet er niets meer van: in dezelfde straat bevond zich speelgoedwinkel Kristalijn. Verboden terrein, dus heerlijk.
Sjaalman was verboden noch heerlijk. In de schappen lagen dure boeken, bekroond door zilverharige juryleden. Boeken die papa vele eeuwen eerder zelf had willen krijgen. Mooi voorbeeld: een hardcover van Margriet Heymans. Lieveling, boterbloem (1988) ging over het meisje Berthe dat haar pop al rijmend moest redden van een boze fee. Die fee, erop gebrand de pop te mishandelen, was haar alter ego. Papa was dol op zulke artistieke verhaallijnen. De pop heette Poppeleia. Ik vond dat stom; papa niet.
Toen we wat ouder waren, en beloofden braaf te zijn, mochten we op zaterdagmiddag mee naar Theoria. De Volvo werd dan geparkeerd in een zeer donkere, kille garage. Vervolgens moesten we een trap op, die leidde naar de achterdeur van Theoria. Theoria vond ik raar. Het kleurloze (grijze? groene?) tapijt dempte alle geluiden. Weinig licht, veel ruimte. Contact met de verkopers heb ik er nooit gehad. Ik was toen sowieso meer een bibliotheekmeisje; Theoria had een te grote drempel. Maar Theoria was wel De Boekhandel. De enige echte boekhandel van Kortrijk, al 35 jaar lang.
Papa gaat er nog steeds heen.Van: Papa
Heb ik al gezegd dat Theoria de allergaafste en allerhipste boekhandel van Kortrijk is? Gaat er allen heen! Onze Lieve Vrouwestraat 22, 056/216217! Op werkdagen open van halftien tot twaalf en van halftwee tot zes, en op zaterdag van tien tot twaalf en van twee tot zes! En ik ben er zeker van dat het tapijt sinds mijn kindertijd allang is vernieuwd.
Meer, méér...
Verzonden: zaterdag 7 november 2009 11:33
Aan: Emily
Onderwerp: boek
Dag Em,
Gisteren was ik bij Theoria en de baas overviel mij met de zin "Is dat uw dochter die een boek uitbrengt?"... :-)
Hij is wild enthoesiast... :-)
Dus als het goede kritiek krijgt, zal je een signeersessie moeten versieren in je geboortedorp!!!!
HAHAHAHAHAAA :-)
De roem komt op zevenmijlslaarzen aangehuppeld!!!
maandag 2 november 2009
De doem van de deadline
Steeds vaker vraag ik me af hoe mijn leven eruit zou zien als 1 december 2009 een doodgewone dinsdag was.
Tot en met september werkte ik officieel op dinsdagen en donderdagen aan mijn roman; de rest van de tijd schreef ik voor vaste en losse klanten. Columns, brochures, persberichten, nieuwsbrieven, online content en zelfs een boekie tussendoor. Omdat ik me daarmee wel kan amuseren. En bovendien moet ik toch ergens mijn bankrekening mee vullen, anders lijkt ze zo… leeg.
Nu is de bankrekening zodanig gevuld dat ik me sinds een maand op het schrijven kan richten, toch zeker tot het einde van het jaar. Dat doe ik niet (ik heb twee vaste klanten die ik aan de kant kan noch wil zetten), maar het idee is mooi. In de praktijk werk ik een dag of vier per week aan Arty-farty. Het vlot, maar niet heus: vlotten is volgens de Van Dale ‘zonder haperingen, gemakkelijk of voorspoedig verlopen’.
Dat is dus niet het geval. Jezus, wat valt het schrijven van een roman me zwaar. Ik doe niets liever dan schrijven. Schrijven is zo ongeveer het enige naast sex, drugs & rock ‘n’ roll dat mijn geestje kan verlichten, maar het schrijven van een roman... tja, ik kan het niet anders zeggen: het verzwaart me. Ik ben minstens tien mentale kilo’s aangekomen sinds ik met het grote boekproject begon. Ik ben, geloof ik, te kritisch. Of ik doe te moeilijk, weet ik veel.
Waarom? O, dat weet dit meisje dan wél weer: door de deadline. De verdomde, verbliksemde, verdoemde, verdraaide, verduivelde, vervloekte deadline (met dank aan synoniemen.net). Zo nu en dan vraagt men mij of ik de deadline niet vergeet. Eh, nee. Hij valt op 1 december, en geloof me, hij valt elke dag een paar keer op mijn hersenpan, als een krom krantenbericht op een nuchtere maag.
Ik overdrijf. Bovendien is de deadline mijn eigen schuld. Ik wilde een deadline. O, wat wilde ik graag een deadline. Nietwaar Thomas, weet je het nog? ‘Geef me een deadline,’ smeekte ik, ‘ah toe, geef me een deadline, dat werkt als een stok achter de deur!’ Mooi niet, wijffie. De deadline is zo’n forse, knoestige stok gebleken, dat ik op slechte dagen niet eens meer in de buurt durf te komen van de deur.
Dus: wat als ik geen deadline had? Wat als ik het leven van een vrije bij leidde? Julia Cameron, door wiens The Right to Write ik me af en toe laat verleiden, vraagt het zich blijkbaar ook weleens af:‘If we didn’t have to worry about being published and being judged, how many more of us might write a novel just for the joy of making one? Why should we think of writing a novel as something we couldn’t try – the way an amateur carpenter might build a simple bookcase or even a picnic table? What if we didn’t have to be good at writing? What if we got to do it for sheer fun?’
Het zijn mooie 'creative writing'-vragen. En o, wat wil ik haar geloven, die dartele dame met de dichterlijke naam. Maar het antwoord doorsplijt zelfs de wolligste Amerikaanse wolk: ‘Nothing would happen, Mrs Cameron, nothing at all.’ Er valt geen speld tussen te krijgen. Want wat heb ik de afgelopen 28 minus 1 jaar nou precies geproduceerd, qua fictie, waar ik nu nog trots op kan zijn? Juistem: noppes. Dus misschien moet ik mezelf maar even, heel hard en genadeloos, de volgende vragen stellen:‘If you didn’t have to worry about being published and being judged, would you write a novel just for the joy of making one? What if you just stopped thinking so much, huh? How about shutting the fuck up and getting on with it? What if you actually started finishing that damn novel of yours? And no, it’s not sheer fun. Then again, did anyone ever tell you it would be?’
Meer, méér...
