woensdag 10 maart 2010

Het Bal der Ballen

5 stok(ken) achter de deur

Het begon afgelopen donderdag; het begon zo mooi. Mijn redacteur Thomas belde. Of ik naar het Boekenbal wilde? Er bleven twee kaartjes over, en die konden van mij zijn. Als ik snel reageerde. U begrijpt dat ik snel reageerde.

Enkele dagen later vond ik een pakketje op mijn deurmat. Afzender: Stichting CPNB. Geadresseerde: Mevrouw E. Gordts, Auteur van Uitgeverij De Bezige Bij. Ik kon mijn geluk niet op. Doosje, open u. ‘Gefeliciteerd mijnheer, mevrouw Boekenbalgast,’ stond in vette, witte letters op de binnenflap. Mille fois merci, meneer Van Nispen!

Naast de felbegeerde kaartjes (voor het tweede deel van het Bal, vanaf 22u) kreeg ik van die gulle Stichting ook twee blinkende manchetknopen voor mijn ‘introducé’ en een fijne broche voor mij. Op de ene manchetknoop stond ‘7’, op de andere ‘5’, op de broche ‘LXXV’. ‘t Was duidelijk: de Boekenweek bestond 75 jaar. Dresscode: black tie.

Wat moet ik áán?
Oftewel: de zoektocht naar een galajurk kon van start gaan. Nu ben ik niet zo’n meisje dat een galajurk in de kast heeft hangen. Waarom zou ik? Dus toog ik op maandagmiddag – ruim dertig uur vóór het Bal der Ballen – naar Maison van den Hoogen (‘sinds 1928’), een mooie naam voor een muffe winkel die Star Trek-pakken, Caesarkostuums en ‘Gelegenheidskleding’ verhuurt. Na een kwartier stond ik weer buiten met een simpele edoch elegante fuchsia japon in een cheap plastic tasje. En blij dat ik was!

Ik probeerde verder niet aan het bal te denken. Dat lukte goed, want ik had toch geen idee wat me te wachten stond. Dinsdag werkte ik hard door – moet ook gebeuren – en ’s avonds ging ik met mijn introducé gezellig uit eten. De bediening was traag, ik werd ietwat onrustig, maar al bij al viel het mee. Om halftien repten we ons huiswaarts om onze jurk respectievelijk smoking aan te trekken, en pas in de auto richting Stadsschouwburg werd ik zenuwachtig. Een behoorlijk knappe prestatie, al zeg ik het zelf.

Laat de spelen beginnen
De security-knakker had de kaartjes nog nauwelijks uit mijn handen gegrist (ik mocht er helaas geen snipper van bewaren), of we stuitten op een rij. Een lange rij, voor de garderobe. Tja, moest kunnen. Vervolgens bleek echter dat de Boekenbal-‘gasten’ zelf voor hun drankjes moesten betalen. ‘Anders is het CPNB in één klap failliet,’ kregen we te horen. O. We begrepen het wel, maar is het niet gek om op zo’n befaamd bal te moeten rondbanjeren met in de broekzak van je introducé een zooi plastic muntjes, ook nog eens gesponsord door de Nederlandse Spoorwegen? Ik had liever een paar tientjes voor m’n kaartjes betaald, om de CPNB te sponsoren, maar goed.

Het magische galagevoel kreeg een derde knauw toen ik zag hoe sommige Titaantjes – de jonge schrijvers van nu, de titanen van tomorrow – gekleed waren. Miniskirts in pijnlijke kleuren, trainingspakken met hippe logo’s, sneakers met open veters – voor Crocs of Birkenstocks was het gelukkig een paar graden te koud. Nu, iedereen moet zelf weten wat hij of zij aantrekt, en opvallen is gezien worden, maar als je bijlange niet de enige bent, dan val je echt niet meer op. En bovendien, het heet toch niet voor niets Boekenbal? Stond ik daar, pulkend aan m’n Maison van den Hoogen.

BN’ers, BN’ers, BN’ers
We deden rondjes. En ja, we spotten Harry Mulisch, Remco Campert, Jan Mulder – the usual suspects zonder wie het Boekenbal niet compleet zou zijn. De camera’s richtten zich verlekkerd op de felrode pumps van Robert Vuijsje’s femme fatale. Ook van de partij: Max Westerman, Cornald Maas, Matthijs van Nieuwkerk, Beau van Erven Dorens, Harry de Winter. Die hebben ook nog wel wat met boeken te maken, toch? Tuurlijk, we doen niet moeilijk. We negeren maar even de hijgende hondjes die achter hen aan liepen.

Marc-Marie Huijbregts’ timbre schalde voorbij.

Bert van der Veer sloot zijn armen om Judith Osborn.

Tatum Dagelet liet haar wellustige ogen over mijn introducé glijden.

En toen begon ik te beseffen dat ik dat allemaal niets vond.

Illusies, desillusies
Eerst is het nog wel leuk, dat kijken, dat zoeken, dat vinden. De een stoot de ander aan en zegt: ‘Hé kijk, daar is dat blonde huppeltje, je weet wel, van tv.’ De ander kijkt en knikt en zegt: ‘En daar, zie je hem, die dikke Jakhals van De Wereld Draait Door!’ Nog een drankje? Nog een drankje. Beetje wiegen op de live muziek. Beetje foto’s maken. Beetje... tja.

Gesprekken. Daar hoopte ik op, vermoed ik achteraf. En ik vermoed ook dat ik gewoon een te welopgevoede Vlaming ben. Zie ik Geert Mak geanimeerd praten met een mij onbekend persoon, ga ik dat gesprek heus niet kapot knallen door hem aan zijn mouw te trekken en te zeggen: ‘Meneer Mak! Kent u mij nog? Ik zat ooit in uw auto!’ Wat wel zo is, maar wat boeit het? Hem boeit het niets. Mij boeit het – eerlijk is eerlijk – ook bijster weinig. Hoe diep kunnen gesprekken gaan als de ogen van je gesprekspartner (niet Geert Mak, for the record) continu van links naar rechts schieten omdat er zoveel valt te zien, zoveel béters valt te zien?

Misschien zit er als debutantje inderdaad weinig anders op dan je heel opzichtig te kleden om er nog wat van te maken. Of je moet dronken zijn. Of allebei. Ja: allebei. Volgende keer giet ik mezelf van tevoren vol met Wodka Red Bull. En dan draag ik dit fijne Wiske-outfit:


Conclusie: Boekenbal 2011, here we come! :)

Dienstmededeling, dienstmededeling... Er resteert nog één set kaartjes (as in, het zijn er twee) voor mijn Arty-party op 22 maart! Reageer snel op mijn vorige stukje en misschien wordt u wel tot winnaar verkozen!

En bent u nou echt té benieuwd geworden naar de inhoud van dat boek van mij? Ga dan naar het befaamde literaire weblog Van Boeken En Mensen, waar vandaag een eerste voorpublicatie is verschenen. (JP kwam deze week aan het woord, Charlotte komende donderdag!)

Meer, méér...

maandag 8 maart 2010

To the happy few – win kaartjes voor m’n Arty-party!

6 stok(ken) achter de deur

U las het al in het vorige stukje: mijn debuutroman wordt op maandag 22 maart gepresenteerd. Acht woordjes zijn dat; niet meer dan een feitelijke mededeling. Maar o, lieve lezer, ik kijk er zo verschrikkelijk naar uit. Mijn vrienden komen van heinde en verre – voor mij en voor Arty-farty. Mijn blijdschap mag dan wel ontzettend kinderachtig klinken, maar dat is dan lekker puh!

Misschien toch niet zo puh. Herinnert u zich de laatste zin uit mijn vorige blogstukje? Dat u er ook bij kunt zijn. Op de gastenlijst van mijn Arty-party heb ik staan: BLANCO, BLANCO, BLANCO, en - om het in stijl af te maken - BLANCO. Blanco, that could be you!

Jawel: om u te bedanken voor uw steun en input tijdens het schrijfproces, geef ik twee keer twee kaartjes weg voor mijn boekpresentatie in Amsterdam.

Wilt u kans maken op hét evenement van het jaar (ahum), kijk dan even goed naar onderstaand plaatje...



...en vertel mij: hoe heet dit porseleinen prinsesje? Ik zoek een voornaam. En ik beloof het u: het antwoord bevindt zich ergens op dit blog. Weet u het? Plaats uw reactie dan hieronder, en houd deze plek goed in de gaten.

De twee happy few winnen:

- Een plek op mijn boekpresentatie, 22 maart, 17u-19u, in het statige pand van Uitgeverij De Bezige Bij (Amsterdam). Ja, daar waar alle Groten de trappen bestegen. It’s a very pretty place indeed.
- Een tweede plek op mijn boekpresentatie, want beide winnaars mogen ieder één persoon meenemen. Anders wordt het een beetje te eng, geloof ik.
- Een exemplaar van Arty-farty, vers van de pers en op commando ter plekke door mij gesigneerd!

Enkele spelregels:

- Anoniem reageren kan, maar gebruik in dat geval een codenaam of twee initialen, zodat ik u eventueel tot unieke winnaar kan uitroepen.
- E-mails worden genegeerd. Alleen deelnemers die online reageren, dingen mee naar de prijzen. Dit om de wedstrijd zo transparant mogelijk te maken.
- Gewonnen, maar zelf geen tijd en/of zin om die dag naar Amsterdam af te reizen? Dan kunt u uw prijs (toegang voor twee én een gesigneerde Arty-farty) aan een lucky person van uw keuze afstaan. Zou ik zonde vinden – ik wil u immers graag ontmoeten – maar da’s dan mijn probleem. Het gaat immers niet om mij, maar om u.
- UPDATE: En omdat ik te stom was om dit geintje goed door te denken, volgt na de eerste winnaar een loting onder alle volgende correcte antwoorden! De winnaar van die loting wint dus de laatste kaartjes... (*bloos*)

Succes!
Meer, méér...

maandag 22 februari 2010

Postpartum

2 stok(ken) achter de deur

Na het baren komen de naweeën. Vandaar deze titel. Postpartum schijnt Latijn te zijn voor die periode vlak na het potje baren. Naast postpartum (m., onv.) bevat de Van Dale ook een post-partumdepressie en een post-partumpsychose. Geen van beide heb ik aan den lijve mogen ondervinden.

Gelukkig maar. Depressies en/of psychoses kan ik momenteel missen als RSI. Wie denkt dat een debutant na het indienen van het definitieve manuscript in een gapend gat valt: you’re mistaken. Een manuscript blijkt nooit definitief te zijn. Volgens mij kan je over definitief pas spreken als het boek in volle papieren glorie op de plank staat.

Dat staat het mijne nog niet 25 maart, lieve lezer, 25 maart! Maar eerst even een korte recap. De volgende blogstukjes worden weer ‘normaal’, dat beloof ik.

DE PKM

Op maandag 18 januari wordt het manuscript, gelezen en goedgekeurd door mijn redacteur Thomas, naar de Persklaarmaker
pkm in redacteurentaal gestuurd. De pkm is de eerste mensch die mijn roman zonder voorkennis doorneemt. Hij heet Tomás Kruijer. Ik ken hem niet, hij kent mij niet, en dat is gaaf. Ik wacht zijn ongezouten oordeel gespannen af.

Ik wacht, en ik wacht, en ik wacht. Ondertussen ga ik maar even op vakantie. Ik bedoel, je moet wat.

Op donderdag 4 februari – ik zit in Ischgl – mailt Thomas dat de weledelgestrenge pkm zijn oordeel heeft geveld. ‘Hij is enthousiast over het boek, maar heeft nog wel wat goede, zinvolle kritiek. Alles vooral op woord- en zinsniveau.’ Bij mijn retour twee dagen later ligt een bruine, kartonnen envelop op me te wachten. De bladzijden van mijn manuscript hebben een serieuze portie rode balpen en grijs potlood te verduren gekregen. Dacht ik dat ik geen foutjes maakte? Ik dacht verkeerd. Mijn manuscript blijkt te wemelen van de inhoudelijke inconsistenties en de verkeerd gespelde cijfers (als ik tweehonderd schrijf, moet het 200 zijn, en steevast omgekeerd). Thank you, o wonderful pkm!

Minder wonderful is de stress waarin ik tijdens het verwerken van de opmerkingen schiet: ik lees Arty-farty nu voor het eerst sinds drie weken, en mijn boekkie bevalt me een stuk minder dan gehoopt. Thomas kalmeert me: ik heb nog een week de tijd voor polijstwerk. Dus breng ik het weekend al lezend, schrappend en zuchtend door. Op maandag 15 februari stuur ik de definitieve versie (de hoeveelste is dit al?!) naar Thomas, die het estafettestokje doorgeeft aan de Zetter.

DE MARKETING- EN PUBLICITEITSMEDEWERKER

Lange tussenkop voor een vrouw die ik heel simpel kan omschrijven: Madelon met de zilveren lokken. Marketing- en publiciteitsmedewerkers vind ik over het algemeen glad als makelaars, maar Madelon niet. Prachtig, krachtig, geen hypocriet gelul, geen loze beloftes. Ze komt langs op 9 februari
samen met Hans en maakt duidelijk wat ik kan verwachten (en, ehm, wat niet). Een voorpublicatie my great wish zit er niet in, want ik ben een onbenullig debutantje. Recensies, mwah, da's nog maar de vraag. Maar er komt wél een langgerekte poster. Waar die zoal gaat hangen, is een kwestie van bidden en wachten.

DE ZETTER

Moet de Persklaarmaker de lettertjes aandachtig lezen, de Zetter moet ze zetten. En dat doet hij – Aard Bakker, ‘overigens de zoon van de legendarische uitgever Bert Bakker’, zegt Thomas – bijzonder goed. Op 18 februari zijn alle typografische knopen doorgehakt. Eén ding is zeker: bevalt de inhoud van mijn roman u niet, dan toch zeker wel het binnenwerk.

DE VORMGEEFSTER

Ook het buitenwerk oogt fantastisch. Dat heb ik te danken aan vormgeefster Esther van Gameren. Herinnert u zich nog dat u kon stemmen op het mooiste boekomslag? Nou, dat is dus voor niets geweest. Het spijt me zo. ’t Was een mooi staaltje miscommunicatie: Hans dacht van mij begrepen te hebben dat ik de allereerste cover lelijk vond (waardoor ik dus drie nieuwe covers kreeg voorgeschoteld), maar dat klopte niet. Ik vond alleen het oorspronkelijke bordje
met naam, titel, etc erop een beetje photoshopperig. Toen Esther dat eenmaal begreep, ging ze ijverig aan de slag. Het bordje 2.0 beviel me zeer, en de rest van de oorspronkelijke cover bleef intact. Het basisidee van mijn roman komt in die cover het beste naar voren. Namelijk dat de kunstwereld tegenwoordig meer draait om wat er om de kunst heen zit, dan om de kunst zelf. Vandaar die lege lijst.

DE CORRECTOR

De volgende, nog te nemen stap, is die van de corrector. Deze monsieur ou madame gaat nog maar eens kijken naar alle puntkommaatjes. Ik hoor u denken: geeuw, had de pkm dat niet gedaan? Mais bien sûr. De enige reden die ik kan bedenken, is dat ik de opmerkingen van de pkm zelf heb mogen verwerken. En dat kan ik fout hebben gedaan. Vandaar die corrector, denk ik (maar ik weet het niet zeker). De drukproeven die ik op vrijdag 19 februari heb ontvangen
weer zo'n dikke, bruine envelop op mijn mat gaan morgen weer terug naar de uitgever.

Die zendt ze dus door naar de corrector, en dan? Dan hoop ik dat ze rechtstreeks naar de drukker vliegen. Net zoals u het wel gehad
zult hebben met dit blogstukje, ben ik he-le-maal klaar met mijn manuscript. Ik krijg er bijna een post-partumdepressie van. Bijna - want verder vind ik het natuurlijk hartstikke spannend allemaal. Laat dat boek maar komen. Ik wil het vasthouden. En wel NU!

(Maar ik moet nog wachten tot maandag 22 maart, wanneer mijn boek in het statige pand van De Bezige Bij wordt gepresenteerd. Daarover later meer. Want ook u, o anonieme weblog-lezer, kunt erbij zijn...)
Meer, méér...

woensdag 10 februari 2010

Boekbericht, boekbericht! :)

0 stok(ken) achter de deur


Jazeker, dit bericht werd op 26 januari de wereld in gestuurd door Madelon Witterholt, de zilveren dame van de afdeling Marketing en Publiciteit van De Bezige Bij/Thomas Rap... Ik trots! Meer, méér...

donderdag 21 januari 2010

Resumé der laatste loodjes

4 stok(ken) achter de deur

Ik durf te zeggen dat ik nog nooit tijden als deze heb beleefd. Tijden van nachten na elkaar opblijven, van gespannen wachten op dat ene sms’je of e-mailtje, van een gat in de lucht springen als de boodschap positief blijkt. En nee, ik ben niet verliefd. Niet op een ander, althans. Op Arty-farty, en (met u, lieve lezer, moet ik eerlijk blijven) een heel klein beetje (veel) op mezelf. Wat de critici ook van mijn debuut zullen zeggen, ik ben er hartstikke trots op! :)

© onderstaande foto: Frans Goddijn












Zondag 27 december 2009


Het einde van Arty-farty is in zicht. Maar dat zicht is niet al te best met al die dichte mist in mijn hoofd. Wat als ik het niet haal? De deadline valt op 4 januari en ik moet nog hoofdstuk 18, 19, de epiloog en het dankwoord. Good luck to me.

Dinsdag 29 december 2009

Twee nachten doorgeschreven tot 02:30 en klaar met 18, 19 en de helft van de
epiloog. Mijn lichaam is moe, maar mijn geest stuitert in het rond. Dit is de beste periode in mijn korte schrijversbestaan!

Donderdag 31 december 2009

Om 17u, twee uur voordat mijn schoonfamilie aanschuift voor het oudejaarsdiner, zet ik er een streep onder. Wat mij betreft is Arty-farty af. En lekker dat dat voelt! Ben tevreden, dat scheelt... Voordat ik met koken begin (geen tijd om als een mislukte kaassoufflé in elkaar te zakken), stuur ik het manuscript naar mijn drie meelezers, hopende dat zij het snel lezen. Dan kan ik hun opmerkingen nog verwerken voordat ik het manuscript naar de uitgeverij stuur.

Zaterdag 2 januari 2010

Ik kan de opmerkingen van twee meelezers al verwerken. Grappig: ze halen er andere foutjes uit. Die zijn trouwens niet op twee handen te tellen. Eindoordeel van Frans: ‘Veel plekken waar je extra werk aan hebt gedaan passen nu precies, da's erg mooi om te zien. Nogmaals gefeliciteerd met je mooie debuutroman!! Veel plusjes overal!’ Papa is ook tevreden, en mijn stijl doet hem bovendien denken aan ene William Hogarth. Nog nooit van gehoord - maar dat papa me met een Echte Schrijver vergelijkt
!!! Ben in de wolken.

Zondag 3 januari 2010

Commentaar van derde meelezer - mijn steun en toeverlaat Annick - komt binnen. ‘Ik vind het einde heel geslaagd, die hoofdstukken had ik nog niet gelezen. De epiloog is super! De overgang tussen de hoofdstukken is erg goed en de afwisseling JP-Charlotte leest heel lekker. Ik lees ze allebei even graag, ze zijn zo heerlijk verschillend.’ Rondedansje!! Mijn lief wordt een beetje moe van mij; de verwachte
uitputtingsfase blijft uit. Elf minuten na middernacht stuur ik mijn manuscript naar Thomas (mijn redacteur) en Hans (mijn uitgever). Hoe dat voelt? Een beetje eng. Maar het had enger gekund. Noem het arrogantie, maar ik heb het gevoel dat zij net zo blij zullen zijn als ik.

Maandag 4 januari 2010


Om 11:35 e-mailt Hans dat hij me net heeft geprint. ‘Je gaat zo in mijn tas.’ Dat vind ik wel wat, in Hans z’n tas gaan. Om 12:02 meldt ook Thomas zich: ‘Ik ga de laatste versie NU lezen en bel je morgen om te praten over hoe we verder gaan. Zet je schrap, here we go!’ Ik zet me schrap. En wacht. En wacht. En wacht.

Dinsdag 5 januari 2010

Om 14:55 vind ik dat ik genoeg heb gewacht. Ik sms Thomas of hij al een oordeel paraat heeft. Mijn zenuwen spannen zich. Precies een half uur later kunnen ze verslappen: een sms van Thomas piept de spanning weg. ‘Ha Emily, ja, ik heb het gisteravond ademloos uitgelezen. Je hebt formidabel werk verzet. Nu nog een laatste maal door de molen om het helemaal perfect te krijgen. Ik zie nog wel een paar verbeterpuntjes. Kunnen we morgen overleggen of do-ochtend? Th.’ Ademloos! Formidabel werk! En straks is Arty-farty helemaal perfect! Dat ik nog wat werk moet verrichten, kan me niet schelen.

Woensdag 6 januari 2010

En ook Hans is tevreden! ‘Prachtig boek, Emily, kan niet anders zeggen. Ontroerend ook. De verhaallijnen lopen prachtig naar elkaar. Hier gaan lezers veel plezier aan bleven.’ Hoera, hoera, hoeraaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!!!!!!!

Donderdag 7 januari 2010

Om 11u belt Thomas aan. De Meeting der Meetings breekt aan. Uit zijn leren boekentas diept Thomas m’n manuscript op - zoals het hoort vol rode lettertjes. Dat stemt me tevreden; ik smachtte naar Thomas’ commentaar op zinsniveau. We ploegen alles door. Nog wat kleine punten, plus enkele passages herschrijven, maar ook twee grote veranderingen. Met de eerste ben ik het onmiddellijk eens: de eerste helft van hoofdstuk 1 is veel te druk. Herschrijven, die hap. Van de tweede suggestie slik ik: Thomas stelt voor een personage te schrappen. Corinne,
Charlotte’s nicht, lijkt te zeer op Charlotte’s beste vriendin Annie. Ik zie heus wel dat Thomas gelijk heeft - maar Corinne? Corinne is Corinne; zij kan er toch niet zomaar uit? Lichte paniekaanval. Thomas probeert me te kalmeren: ik heb nog tot 15 januari om Corinne chirurgisch te verwijderen. Oké dan...

Vrijdag 8 januari 2010

De kleine wijzigingen voer ik door, maar voor de rest heb ik geen fut meer.

Maandag 11 januari 2010

Na een heerlijk leeg weekend begin ik aan het herschrijven van enkele passages. Dat valt me zwaar: ik ben volledig opgebrand. ‘Ik merk dat ik een beetje faalangst heb,’ schrijf ik aan Frans, ‘ik ben bang het te verkloten, excusez le mot.’ Voor mijn gevoel was Arty-farty al af. Oké, ik zie ook wel dat dat simpelweg niet klopt, maar vertel dat maar eens aan mijn brein. Dat is er klaar mee, en wel helemaal. Ik stel het herschrijven nog maar even uit en ‘doe’ het dankwoord. Da’s dan één vinkje.

Dinsdag 12 januari 2010

Hoofdstuk 14 aangepast. Veel beter nu. Maar o, wat ben ik moe...

Woensdag 13 januari 2010

Corinne is dood, lang leve Annie. Hoofdstuk 18 beslaat nu twee A4’tjes, hoofdstuk 19 is drie keer zo lang. Kan dat wel? Urghhh... Zombie, c'est moi.

Donderdag 14 januari 2010

Het is raar, maar ik durf gewoon niet aan het herschrijven van hoofdstuk 1 te beginnen. Hoofdstuk 1! Da’s het eerste wat men zal lezen. Superbelangrijk dus. Té belangrijk. Ik herschrijf nog wat passages, maar aan hoofdstuk 1 brand ik mijn vingers niet... tot middernacht. Een switch in mijn hoofd zegt klik. Ik schrijf tot 3u ’s nachts. Hoofdstuk 1 is af, en ik ben er nog blij mee ook! Waar is de tijd van onzekerheid gebleven? (Die had wel wat, nietwaar?)

Vrijdag 15 januari 2010

Ik ben een kaasschaaf. Ik schaaf me te pletter. Dit is mijn laatste kans, wat wil je? Om 16u ben ik klaar.
Thomas sms’t dat hij morgen met lezen kan beginnen, dus ik besluit alles nog 'even' van begin tot eind lezen...

Zaterdag 16 januari 2010

... en dat ‘even’ duurde gisteren tot 03:30 (en toen zat ik pas aan de helft). Om elf uur vanochtend begin ik aan de tweede helft. Ook maar ‘even’ - not! Ik ben pas klaar als de zon allang is gezakt. En dan merk dat ik (i) nog in pyjama zit; (ii) nodig moet plassen; (iii) enorme honger, dorst en rugpijn heb. Maar het is af. Eindelijk. Om 19:41 verstuur ik het definitieve manuscript (en nu écht definitief, want ik heb er schoon genoeg van) naar Thomas. Om 01:01 ontvang ik het verlossende sms’je: ‘Lieve Emily, al je aanpassingen bekeken: wow, wat heb je er nog veel aan weten te verbeteren. Het is echt een erg sterke roman nu. Ik stel voor dat we het manuscript maandag richting persklaarmaker sturen. Mijn allerlaatste puntjes kun je dan samen met zijn commentaar verwerken. Neem nu een paar dagen rust, dat heb je wel verdiend! Th.’

Meer, méér...