Ik durf te zeggen dat ik nog nooit tijden als deze heb beleefd. Tijden van nachten na elkaar opblijven, van gespannen wachten op dat ene sms’je of e-mailtje, van een gat in de lucht springen als de boodschap positief blijkt. En nee, ik ben niet verliefd. Niet op een ander, althans. Op Arty-farty, en (met u, lieve lezer, moet ik eerlijk blijven) een heel klein beetje (veel) op mezelf. Wat de critici ook van mijn debuut zullen zeggen, ik ben er hartstikke trots op! :)
© onderstaande foto: Frans Goddijn
Zondag 27 december 2009
Het einde van Arty-farty is in zicht. Maar dat zicht is niet al te best met al die dichte mist in mijn hoofd. Wat als ik het niet haal? De deadline valt op 4 januari en ik moet nog hoofdstuk 18, 19, de epiloog en het dankwoord. Good luck to me.
Dinsdag 29 december 2009
Twee nachten doorgeschreven tot 02:30 en klaar met 18, 19 en de helft van de epiloog. Mijn lichaam is moe, maar mijn geest stuitert in het rond. Dit is de beste periode in mijn korte schrijversbestaan!
Donderdag 31 december 2009
Om 17u, twee uur voordat mijn schoonfamilie aanschuift voor het oudejaarsdiner, zet ik er een streep onder. Wat mij betreft is Arty-farty af. En lekker dat dat voelt! Ben tevreden, dat scheelt... Voordat ik met koken begin (geen tijd om als een mislukte kaassoufflé in elkaar te zakken), stuur ik het manuscript naar mijn drie meelezers, hopende dat zij het snel lezen. Dan kan ik hun opmerkingen nog verwerken voordat ik het manuscript naar de uitgeverij stuur.
Zaterdag 2 januari 2010
Ik kan de opmerkingen van twee meelezers al verwerken. Grappig: ze halen er andere foutjes uit. Die zijn trouwens niet op twee handen te tellen. Eindoordeel van Frans: ‘Veel plekken waar je extra werk aan hebt gedaan passen nu precies, da's erg mooi om te zien. Nogmaals gefeliciteerd met je mooie debuutroman!! Veel plusjes overal!’ Papa is ook tevreden, en mijn stijl doet hem bovendien denken aan ene William Hogarth. Nog nooit van gehoord - maar dat papa me met een Echte Schrijver vergelijkt!!! Ben in de wolken.
Zondag 3 januari 2010
Commentaar van derde meelezer - mijn steun en toeverlaat Annick - komt binnen. ‘Ik vind het einde heel geslaagd, die hoofdstukken had ik nog niet gelezen. De epiloog is super! De overgang tussen de hoofdstukken is erg goed en de afwisseling JP-Charlotte leest heel lekker. Ik lees ze allebei even graag, ze zijn zo heerlijk verschillend.’ Rondedansje!! Mijn lief wordt een beetje moe van mij; de verwacht uitputtingsfase blijft uit. Elf minuten na middernacht stuur ik mijn manuscript naar Thomas (mijn redacteur) en Hans (mijn uitgever). Hoe dat voelt? Een beetje eng. Maar het had enger gekund. Noem het arrogantie, maar ik heb het gevoel dat zij net zo blij zullen zijn als ik.
Maandag 4 januari 2010
Om 11:35 e-mailt Hans dat hij me net heeft geprint. ‘Je gaat zo in mijn tas.’ Dat vind ik wel wat, in Hans z’n tas gaan. Om 12:02 meldt ook Thomas zich: ‘Ik ga de laatste versie NU lezen en bel je morgen om te praten over hoe we verder gaan. Zet je schrap, here we go!’ Ik zet me schrap. En wacht. En wacht. En wacht.
Dinsdag 5 januari 2010
Om 14:55 vind ik dat ik genoeg heb gewacht. Ik sms Thomas of hij al een oordeel paraat heeft. Mijn zenuwen spannen zich. Precies een half uur later kunnen ze verslappen: een sms van Thomas piept de spanning weg. ‘Ha Emily, ja, ik heb het gisteravond ademloos uitgelezen. Je hebt formidabel werk verzet. Nu nog een laatste maal door de molen om het helemaal perfect te krijgen. Ik zie nog wel een paar verbeterpuntjes. Kunnen we morgen overleggen of do-ochtend? Th.’ Ademloos! Formidabel werk! En straks is Arty-farty helemaal perfect! Dat ik nog wat werk moet verrichten, kan me niet schelen.
Woensdag 6 januari 2010
En ook Hans is tevreden! ‘Prachtig boek, Emily, kan niet anders zeggen. Ontroerend ook. De verhaallijnen lopen prachtig naar elkaar. Hier gaan lezers veel plezier aan bleven.’ Hoera, hoera, hoeraaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!!!!!!!!!!
Donderdag 7 januari 2010
Om 11u belt Thomas aan. De Meeting der Meetings breekt aan. Uit zijn leren boekentas diept Thomas m’n manuscript op - zoals het hoort vol rode lettertjes. Dat stemt me tevreden; ik smachtte naar Thomas’ commentaar op zinsniveau. We ploegen alles door. Nog wat kleine punten, plus enkele passages herschrijven, maar ook twee grote veranderingen. Met de eerste ben ik het onmiddellijk eens: de eerste helft van hoofdstuk 1 is veel te druk. Herschrijven, die hap. Van de tweede suggestie slik ik: Thomas stelt voor een personage te schrappen. Corinne, Charlotte’s nicht, lijkt te zeer op Charlotte’s beste vriendin Annie. Ik zie heus wel dat Thomas gelijk heeft - maar Corinne? Corinne is Corinne; zij kan er toch niet zomaar uit? Lichte paniekaanval. Thomas probeert me te kalmeren: ik heb nog tot 15 januari om Corinne chirurgisch te verwijderen. Oké dan...
Vrijdag 8 januari 2010
De kleine wijzigingen voer ik door, maar voor de rest heb ik geen fut meer.
Maandag 11 januari 2010
Na een heerlijk leeg weekend begin ik aan het herschrijven van enkele passages. Dat valt me zwaar: ik ben volledig opgebrand. ‘Ik merk dat ik een beetje faalangst heb,’ schrijf ik aan Frans, ‘ik ben bang het te verkloten, excusez le mot.’ Voor mijn gevoel was Arty-farty al af. Oké, ik zie ook wel dat dat simpelweg niet klopt, maar vertel dat maar eens aan mijn brein. Dat is er klaar mee, en wel helemaal. Ik stel het herschrijven nog maar even uit en ‘doe’ het dankwoord. Da’s dan één vinkje.
Dinsdag 12 januari 2010
Hoofdstuk 14 aangepast. Veel beter nu. Maar o, wat ben ik moe...
Woensdag 13 januari 2010
Corinne is dood, lang leve Annie. Hoofdstuk 18 beslaat nu twee A4’tjes, hoofdstuk 19 is drie keer zo lang. Kan dat wel? Urghhh... Zombie, c'est moi.
Donderdag 14 januari 2010
Het is raar, maar ik durf gewoon niet aan het herschrijven van hoofdstuk 1 te beginnen. Hoofdstuk 1! Da’s het eerste wat men zal lezen. Superbelangrijk dus. Té belangrijk. Ik herschrijf nog wat passages, maar aan hoofdstuk 1 brand ik mijn vingers niet... tot middernacht. Een switch in mijn hoofd zegt klik. Ik schrijf tot 3u ’s nachts. Hoofdstuk 1 is af, en ik ben er nog blij mee ook! Waar is de tijd van onzekerheid gebleven? (Die had wel wat, nietwaar?)
Vrijdag 15 januari 2010
Ik ben een kaasschaaf. Ik schaaf me te pletter. Dit is mijn laatste kans, wat wil je? Om 16u ben ik klaar. Thomas sms’t dat hij morgen met lezen kan beginnen, dus ik besluit alles nog ‘even’ van begin tot eind lezen...
Zaterdag 16 januari 2010
... en dat ‘even’ duurde gisteren tot 03:30 (en toen zat ik pas aan de helft). Om elf uur vanochtend begin ik aan de tweede helft. Ook maar ‘even’ - not! Ik ben pas klaar als de zon allang is gezakt. En dan merk dat ik (i) nog in pyjama zit; (ii) nodig moet plassen; (iii) enorme honger, dorst en rugpijn heb. Maar het is af. Eindelijk. Om 19:41 verstuur ik het definitieve manuscript (en nu écht definitief, want ik heb er schoon genoeg van) naar Thomas. Om 01:01 ontvang ik het verlossende sms’je: ‘Lieve Emily, al je aanpassingen bekeken: wow, wat heb je er nog veel aan weten te verbeteren. Het is echt een erg sterke roman nu. Ik stel voor dat we het manuscript maandag richting persklaarmaker sturen. Mijn allerlaatste puntjes kun je dan samen met zijn commentaar verwerken. Neem nu een paar dagen rust, dat heb je wel verdiend! Th.’
Meer, méér...
donderdag 21 januari 2010
Resumé der laatste loodjes
zondag 10 januari 2010
En dan nu: Dagen Van Gras
Zondagmiddag, halfdrie. Buiten sneeuwt het dikke vlokken, binnen speelt Michelle van The Beatles. Het is goed, alles is goed. Ik ben nog in pyjama, ik moet alles nog doen. Maar nu even niet.
Naast me ligt Dagen van gras, net uit. Het is ’m gelukt, Philip Huff uit 1984. Het is ’m gelukt een roman te schrijven die Michelle evenaart. Dagen van gras is Michelle op papier. Dezelfde melodie, dezelfde harmonie. Ik kan het niet anders zeggen. De compositie klopt.
Huffs debuut is simpel, eerst. ‘Ik heet Ben’, lees je in de proloog, en dat klopt: de ik-persoon heet Ben. Te simpel, denk je misschien even. Maar te simpel kan niet. Dat is net als te mooi, of te gelukkig. Het kan niet. Echt niet.
Voor wie het zich afvraagt: ik lees geen recensies voordat ik zelf mijn mening op papier heb gezet. Acht u mijn 'onbevlekte' oordelen bar weinig waard, klikt u dan vooral verder...
... naar recensies in/op CJP, Recensieweb, 8weekly, NRC (doorklikken naar recensie), Het Parool en Vrij Nederland;
woensdag 6 januari 2010
Het beste boekomslag van 2010!
Lieve lezer, denkt u mee? Esther van Gameren, die nogal wat boekomslagen ontwerpt, heeft drie verschillende covers voor Arty-farty gemaakt. En daar mag ik er eentje uit kiezen... Machtig maar moeilijk!
Wat zegt u: 1, 2 of 3? Ik zeg (nog) niets!
Dit is 1...
Dit is 2...
En dit is 3:
Mooi zijn ze, hè? Uw oordeel is welkom tot 13 januari 2010! Dank alvast!! :)
Meer, méér...
dinsdag 5 januari 2010
Word count: 50.306
De afgelopen nachten droom ik van een tekstverwerker. Op een leeg document wordt mijn droom uitgeschreven. Woord na woord, zin na zin. Als de droom z’n einde nadert, word ik onrustig. De ontknoping die op het document valt af te lezen, bevalt me geenszins. Ik maak mij meester van het onzichtbare toetsenbord en druk zonder aarzelen op delete. Delete, delete, delete. Dan word ik wakker, doodvermoeid. Post-manuscriptische stress!
Want lieve lezer, les jeux sont faits. Kerst was nog niet koud of ik stortte me in Arty-farty. Ik werkte zoals een schrijver hoort te werken: koortsachtig en tot diep in de nacht. Heerlijk was het. Hemels.
Nee, maar écht! Ik zat me gewoon te vermaken! Voor het eerst zag ik precies waar de zwakke plekken zaten, en lukte het mij om die plekken met chirurgische trefzekerheid te herstellen. Het was haast bovenmenselijk. Als ik nog een roman schrijf, zal het zijn om die high opnieuw te voelen.
Hij had dus toch gelijk, mijn redacteur. Pas als je je verhaal van het eerste tot het laatste hoofdstuk als een homp deeg hebt uitgerold, kan je er écht aan sleutelen, er wat lekkers van maken.
Zondagavond, iets na middernacht, stuurde ik het 50.306 woorden tellende manuscript naar m’n uitgever. Arty-farty is af. Zelfs het dankwoord is klaar. Nou ja, als het aan mij ligt. Ik ben trots. Op mezelf, ja. Maar ook op JP, en op zijn moeder.
Nu Thomas nog. En u.
Meer, méér...
woensdag 16 december 2009
En dan nu: Dit Is Jouw Huis
Maartje Wortel schrijft verhalen die u niet achter elkaar moet lezen. U mag het wel, natuurlijk – van mij mag u alles. Maar ik raad het niet aan. Het zou zonde zijn. Voor de verhalen, voor Maartje Wortel, voor u. U slokt toch ook geen oester binnen vlak na een portie kaviaar? Dat doet geen recht aan de kaviaar, en de oester wordt er evenmin opgewonden van.
De bundel van Maartje Wortel – haar debuut – heet Dit is jouw huis, tevens de titel van het vierde verhaal. Een eigenaardig, ultrakort verhaal is het, over een ik-persoon die, om onverklaarbare redenen, foto's van huizen neemt. Hij of zij zegt ook dingen als: 'Wat moet je als je in Haarlem woont, zomaar in een huis ergens op de wereld, ergens in Nederland, ergens in Haarlem, ergens in een huis?' Witregel. 'Dit is jouw huis.'
Mijn huis, dus. Het heeft iets absurds. Alle verhalen van Maartje Wortel hebben dat. Wat precies, en waarom, dat weet ik niet. Ik kan het niet bevatten. Maar de pen van Maartje Wortel schrapt alle onbenulligheden des levens om plaats te maken voor de essentie. Je kan ook zeggen dat ze die onbenulligheden met haar pen juist aanscherpt, uitvergroot. In elk geval: de essentie blijft over. De puurheid.
Dat had ik eerst niet door, hoor. Het boek lag al een maand of twee op mijn nachtkastje, bijna ongelezen. De titel deed me niets, de auteursnaam deed me juist te veel. Maartje Wortel. Ik moest er een beetje om lachen. Flauw, ja natuurlijk, maar zo gaat dat soms, nietwaar? Daar kwam bij dat ik het eerste verhaal, 'Bezoek', ook al niet zo geweldig vond.
Allemaal domme redenen die me tijdelijk verblindden. De essentie zag ik niet. Ik zag niets.
Hoezo vielen de schellen me dan van de ogen? Op het – FANTASTISCHE – verjaardagsfeest van De Bezige Bij (12-12-'12) maakte ik mee hoe Maartje Wortel voorlas. Daar klom ze, circa 26 jaar oud (volgens de achterflap is ze van 1983, volgens debezigebij.nl is ze een jaartje ouder), het Open Podium op. Zelfs ik, modekluns uit het jaar nul, vond dat ze er nogal slonzig bij liep. Dat is niet erg; het viel me gewoon op. Ze had ook nog eens een lusteloze blik en een verveelde stem. Ik dacht aan de duffe cover van het boek op mijn nachtkastje, en nam mezelf voor flink en geduldig te zijn.
Maartje Wortel las voor uit het laatste verhaal van haar bundel, 'Boodschappen doen'. En na een zin of twee, toen kwam het.'Soms val ik bijna,' zegt de vrouw. 'Als iemand kijkt hoe ik loop.'
Haar man knikt.
'Ik kan daar niet tegen,' vervolgt ze. 'Als ze kijken naar hoe ik loop.'
'Maar je loopt heel normaal,' zegt haar man. 'Dat heb ik al zo vaak gezegd.'
'Dat zal best,' zegt de vrouw, 'maar als ze kijken dan val ik bijna.'
'Wie kijken er dan mevrouw?' vraag ik.
'Wat bedoel je?' zegt ze.
'Wie kijken er naar hoe u loopt?'
'Mensen,' zegt de vrouw.
'En hoe kijken ze dan?'
'Ze kijken me aan, hoe ik loop. Het is alsof ze me kunnen laten struikelen met hun ogen.'
'Ze is heel onzeker,' zegt haar man.
De vrouw zegt niets.
'Bent u ook eens echt gevallen?' vraag ik.
'Niet letterlijk.'
Haar man zucht.
'Figuurlijk,' zegt hij. 'Ze bedoelt het overdrachtelijk.'
'Ik bedoel het helemaal niet overdrachtelijk, Herman,' zegt de vrouw. 'Ik ben gewoon bang dat ik val. Het voelt alsof ik val als de mensen kijken hoe ik loop. Ik wil daarvan af dokter. Ik denk steeds dat ik op de straat kom te liggen, helemaal alleen. De laatste tijd wil ik zelfs uit mezelf gaan liggen. Om het voor te zijn.'
Als je 't mij vraagt (of niet): de Nederlandse literatuur telt veel te weinig van dit soort dialogen. Ongerepte zinnen zonder pretentie, weet u wel? Er zit een sprankje Britsachtige humor in, met het 'in your face'-gemak van de Amerikaanse verhalenvertellers. Zo van: 'Lezer, dit is het nou, hè. Dit vind ik nou leuk. En of jij het daar mee eens bent of niet, het is hoe ik de wereld zie, dus ik ga gewoon door, oké?' Dat mag ik graag, zo'n attitude.
De dag erop nam ik mijn bestofte exemplaar van het nachtkastje en begon eraan. Ik heb de hele bundel in één ruk uitgelezen. Zonde, zoals ik al eerder aangaf. Want nu is het boek uit. Ik begin straks weer van voren af aan.
