woensdag 14 april 2010

'Arty-farty' in De Morgen

6 stok(ken) achter de deur

In een ‘oud’ maar nog steeds zeer lezenswaardig artikel van De Groene Amsterdammer las ik onlangs over het lot van debutanten. Debutanten die beschikken over een beetje ‘nieuw, fris geluid’, zo schreef journalist Jasper Henderson, kunnen rekenen op recensies. ‘Over het algemeen zijn de toon en het oordeel van de recensie welwillend: enkele kinderziektes worden aangestipt, een paar ongelukkige formuleringen worden er uitgepikt, maar de auteur krijgt het voordeel van de twijfel, het is immers een debuut.’

Nou is dit debutantje met d’r neus in de boter gevallen, lieve lezer! Vandaag werd een recensie van ‘Arty-farty’ gepubliceerd in De Morgen. De Morgen, ja! Ik hou van De Morgen. Goed formaat ook.

Enfin, over de toon en het oordeel van ‘mijn’ recensie valt te twisten, maar ik sta dus in De Morgen. Twee keer zelfs: het stuk werd door de redactie zo opzienbarend geacht, dat het de dag voordien zelfs werd áángekondigd.

Nu weet ik waarom. Recensent was niet eender wie. Het was De Papieren Man. Jawel: Dirk Leyman vond ‘Arty-farty’ interessant genoeg om het te bespreken!

Zat m’n neus in de boter, de rest volgde snel. De recensie staat vol rake zinnen. Deze bijvoorbeeld, erg mooi, moet je horen:

Dat ze goed ingevoerd is in de holle uitwassen van de kunsthandel, willen we best geloven. Toch is het belangrijkste effect van [Gordts’] spervuur van opgepimpte dialogen en taferelen een stiknerveus gevoel, alsof je plots in het nauw wordt gedreven.

Nu was het inderdaad mijn bedoeling de lezer in het nauw te drijven; zelf word ik immers ook stiknerveus van al die ‘omhooggevallen kunstcommerçanten’ met of zonder ‘flitsende dollartekens in de ogen’, en van die zwermen gallerina’s, allesbehalve ‘wezenlijk geïnteresseerd in artistieke drijfveren of in authenticiteit’. Papieren Man, chapeau!

Hij gaat verder:

Zeker is dat mijn bloeddrukwaarden tijdens het lezen van Arty-farty gevaarlijke hoogten moeten hebben bereikt. Gordts levert een ware uitputtingsslag.

Hulde! Mijn bloeddruk was eveneens zorgwekkend hoog toen ik al die ‘fletse oneliners’ en ‘geleende grappen’ op JP’s lippen legde. Het schrijven van ‘Arty-farty’ was bijzonder vermoeiend.

Tegen het einde van de recensie wordt JP geciteerd op een nogal ongelukkig moment. De arme jongen heeft net een strikvraag van zijn baas geïncasseerd: “Wat betekent kunst voor jou?” Het antwoord is niet bepaald drukinktwaardig. JP hakkelt (en Leyman citeert): “Voor mij betekent kunst uiteraard heel erg veel, maar voor de nieuwe rijken veel te weinig.”

O Jean-Pierre, jongen toch. Ik kan me de plaatsvervangende schaamte nog herinneren toen ik die zin noteerde – een gevoel dat mijn tenen deed krullen. Kon JP dan echt niets beters bedenken? Nee, daar was hij niet toe in staat, dat was overduidelijk. Toch?

Meer, méér...

vrijdag 9 april 2010

“Leeg, glad en hijgerig” versus “een scherp boek”

7 stok(ken) achter de deur

‘Een recensent, dat is een man, die alles weet maar zelf niets kan.’
(Ernst von Wildenbruch, 1902)


Ja, uit zo’n citaat blijkt wel dat ze het een eeuw geleden al wisten: recensies, hé, wat moet je ermee? Zijn ze goed – goed doordacht – dan heeft een schrijver er heel wat aan, zeker een debutantje. Je steekt er wat van op, baalt dat je niet beter bent, niets aan de hand. Zijn de recensies ook nog eens positief, dan – o – dan vult de borst van de schrijver zich met liefde voor de recensent in kwestie.

Bewondering, het mooiste liefdeslied.

Maar u begrijpt het: in mijn borst valt geen greintje liefde te bespeuren. In elk geval niet voor de eerste recensent die mijn debuutroman onder handen nam, en gelijk vermorzelde. Dat deed ie inmiddels twee weken geleden, maar ik ben er nog steeds niet goed van. Ik zeg u: een slechte recensie kan de gezondheid ernstig schade berokkenen, met een sip lipje als symptoom.

De Leeuwarder Courant, 26 maart:


Ik vermoed dat deze meneer – ik noem hem Nelson Harmkes – ‘Arty-farty’ niet heeft uitgelezen. (Dat moet me natuurlijk al het zwijgen opleggen: niets zo erg als een recensent die niet eens tot de laatste bladzijde raakt.) Waarom ik dat vermoed? Omdat de eerste helft van mijn roman absoluut leeg, glad en hijgerig is. Dat was de bedoeling. De kant van de kunstwereld die ik beschrijf, ís leeg, glad en hijgerig. Pas daarna gaat het kantelen, wordt het rustiger, komt het goed – literair gezien dan.

Beteuterd stuurde ik de recensie door naar mijn drie-eenheid: lezer (Frans), redacteur (Thomas) en vader (papa).

Frans mailde terug:
‘Ik sla het boek even open en zie meteen de zin “Het zwembad ligt er sfinxachtig bij, alsof de wereld nooit een moment zonder dit zwembad heeft gekend.” Mooi en niet glad of hijgerig!’
Thomas mailde terug:
‘Who the hell is Nelson Harmkes??? Waarschijnlijk een geborneerde, humorloze, trage, zweterige, zwatelende, zanikende zestiger. Het melamine-schandaal een “incidentje”? Charlotte's goodwill-werkzaamheden “hippe gedragingen”? Deze man is te dom voor dit boek.’
Papa mailde terug:
‘Nelson Harmkes is de zoon van Nelson Harm. Leeft in de schaduw van zijn vader in een plaggenhut met strooien dak en is er nog nooit in geslaagd een boek te schrijven. Dan is ie maar recensent geworden.’
Zo.

Ik laat de beste man (die me - nu ik die reacties herlas – toch vooral vult met medelijden) trouwens anoniem. Ik weet niet zo goed waarom. Misschien omdat ik hem niet heb gevraagd of ie afgekraakt wilde worden.

Hmm.

Nu het goede nieuws: hij heeft helemaal geen gelijk, maar Maarten Asscher, invloedrijk directeur van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam, wel. Die mailde immers het volgende, via mijn goede vriend Frans:
On 17/03/10 14:57, “Maarten Asscher” (via “Frans Goddijn”) wrote:

Dag Frans,

Scherp boek, hoor, van Emily Gordts. Ik heb het pardoes bijna uit gelezen, gisteravond, wat op zich al een compliment is (want een mens heeft al zoveel boeken klaarliggen). De types uit de kunstscene worden pijnlijk scherp neergezet, zonder dat ze louter typetjes worden. Zijn er al plannen voor film of tv? Hoe dan ook, succes aan de auteur, en een vrolijke presentatie gewenst op de 22ste (waar ik helaas niet bij zal zijn).

Groet,

Maarten

P.S. Wij hebben het boek bij aanbieding besteld, dus het zal hier zeker liggen!
Of, om nog maar eens een Duitser aan te halen die ik alleen via citaten.net ken:

‘Wij houden het meest van ervaringen die onze meningen bevestigen.’
(Sigmund Graf, ergens tussen 1899 en 1979)



Maarten, dank.
Meer, méér...

donderdag 1 april 2010

In het hol van de leeuw

3 stok(ken) achter de deur

Een schooltje in een dorp dat meer lettergrepen dan inwoners telde (Re-tran-che-ment), dáár hield ik afgelopen zaterdag mijn eerste voorlees- en signeersessie. Het hol van de leeuw, jawel. Dat lag niet aan het hol, maar aan de leeuw: mijn ouders hadden honderd vrienden en kennissen uitgenodigd om hen te laten zien dat Hun Dochter niet alleen kon Schrijven, maar ook nog eens kon Spreken. Ja ja.

Ze deden het om goed te doen, en ze deden het zeer goed: er kwamen zeker 75 man opdagen, en alle 84 meegenomen exemplaren van Arty-farty liggen inmiddels op nachtkastjes in Knokke, Kortrijk, Antwerpen, Gent en Brussel.

Op de hoge deuren van D’Ouwe Schoole had mijn moeder twee posters geplakt, met daarop mijn veramerikaanste gezicht en de cover van Arty-farty. De koffieslurpende Zeelanders die op een terrasje daartegenover zaten, moeten het maar raar gevonden hebben. De slagzin die ik voor de poster bedacht – ‘Als alleen kunst je nog kan redden’ – stak nog schriller af tegen het zaaltje dat ik binnen aantrof. Op een podium waar de lagere school een dag eerder had ‘opgetreden’, had men een soort troon gezet. Een stoel met rode bekleding, waar ik waarschijnlijk plaats moest nemen als een soort Sinterklaas. De gasten zouden op het kotskleurige linoleum moeten blijven staan.

Of ze dat leuk zouden vinden, viel te bezien. Er zaten bijzondere types tussen, nogal arty-farty eigenlijk, maar dat mag ik niet zeggen, net zoals zij niet mochten zeggen dat ze stiekem alleen waren gekomen om mijn moeder een pleziertje te doen, en niet om mij te horen voorlezen. Ik hield een korte toespraak (klik voor een leesbare versie) (enfin, u moet het nog maar kúnnen lezen):





Daarna las ik, verspreid over de middag, drie stukjes voor, waarvan er slechts één niet over kunst ging. Dat kreeg dan ook gelijk het slapste applaus. Ik zag er de humor wel van in. Driekwart van de genodigden zat in de kunst, dus kunst konden ze krijgen. Het succes straalt af op de foto’s die de immer geweldige Frans Goddijn van deze arty party maakte, hier te zien.

Achteraf kreeg ik volop mailtjes van mensen die het boek hadden gelezen. Veel recensies heeft Arty-farty nog niet gekregen; dit is wellicht een mooi alternatief. Heel objectief, natuurlijk...



‘Het boek is gelezen; in enen trek en heb ervan genoten. Je epiloog was schitterend, als een goede île flottante – je weet hoe moeilijk het is om dat dessert goed te maken, neen?’
– O.M.

‘Je hebt een fantastische, sappige taal! Heel vlot en leuk te lezen... en ook heel verrijkend! In het Frans zou het Les aléas d'une famille très comme il faut kunnen heten...’
– C.K.

‘We zijn ondertussen het boek aan het lezen: heel vlot, boeiend en ook gedurfd!’
– P. & M.K.

‘Ik had mezelf opgelegd om te wachten met je boek te beginnen lezen tot vrijdag (vliegtuig naar NY) maar ik heb het niet kunnen laten… Ik ben toch al een eindje gevorderd en ik vind het heel onderhoudend geschreven. Zal op zoek moeten gaan naar een ander boek voor mijn vlucht!’
– S.V.

‘Het boek heeft een enorme vaart. Er zit humor in. Ik heb veel en vaak gegniffeld. Het milieu waarin het verhaal zich afspeelt, vind ik goed getroffen en het bevalt mij wel dat je het op de korrel neemt.’
– M.H.

‘Ik heb het boek Arty-farty vanochtend in bed uitgelezen. Vond het steeds sterker worden, kon het niet meer wegleggen. Prachtig zoals de verhalen bij elkaar komen, heel subtiel uiteindelijk.’
– L.G.





Aan de ‘echte’ recensies (en wat die doen met een debutantje) wijd ik binnenkort een blogpostje! Maar dan moet u nu toch echt m’n roman bestellen, hoor. Gelukkig is Thomas Rap een moderne uitgeverij. Bestel Arty-farty hier! Meer, méér...

vrijdag 26 maart 2010

Life after my arty-party

2 stok(ken) achter de deur

Op pagina 47 van mijn pas verschenen roman heeft Charlotte, één van de twee hoofdpersonen, het moeilijk. Ze is gespannen als een achillespees; als het arme mens niet oppast, knapt ze uit elkaar. Gelukkig heeft ze van haar eega een autootje gekregen – een grijze Mini Cooper met English Malt Brown Leather bekleding – waarin ze tot rust kan komen. In haar ‘grijze cocon’ beeldt ze zich een wit vlak in, met in het midden een ballon. ‘Een enorme, blauwe ballon, precies zoals Annie het haar heeft geleerd.’

Een beetje raar, dat witte vlak met die blauwe ballon. Geen idee waar ik het vandaan haalde. Maar ik baal dat ik zelf geen Mini Cooper heb, met of zonder English Malt Brown Leather, want ik kan zo’n coconnetje wel gebruiken. Sinds zaterdag ben ik een stuiterbal, en het is hoog tijd om uit te stuiteren.

Reden voor al dat gestuiter: mijn boekpresentatie oftewel arty-party op maandagmiddag. Lieve lezer, het was fantastisch. Het was onvergetelijk! Enfin, het was precies zoals een arty-party hoort te zijn... Het begon met de speech die Thomas, mijn redacteur, gaf. Wat een speech! De beste man moet echt eens gaan debuteren... (Klik voor een leesbare versie, ja, because he’s worth it!)



Vervolgens was het mijn beurt. Een echte speech kan je mijn toespraakje niet noemen; het was meer een uitgebreide dankjewel. Bovendien kwam het er allemaal in het Vlaams uit, waarschijnlijk omdat ik me meer Vlaams dan Nederlands voelde op dat moment. Of omdat ik me deels richtte tot mijn (Vlaamse) oma: haar 87-jarig gezichtje was op een groot scherm te zien, want zij volgde het feestje via de videofunctie van Skype. Tot op het laatste moment was onduidelijk of de verbinding het zou doen, maar de internetgoden waren ons gunstig gezind. Zodoende kon ik het symbolische eerste exemplaar van Arty-farty aan mijn allerliefste Nenene (spreek uit: nènèn) geven. Ontroerd was zij, en velen met haar.

Mijn speech gooi ik, ongecensureerd en wel, ook maar even online (klik voor een leesbare versie, tenminste, als u mijn krabbels kunt ontcijferen)...





We zijn nu drie dagen verder, en ik geniet nog steeds na. Het lukt me maar niet om uit te stuiteren... Dat komt bijvoorbeeld door de adembenemend mooie partypics, genomen door de onvolprezen Frans Goddijn. Of door het kippenvelgevende stukje dat mijn fashion-blogging nichtje Alexandra Vanthournout schreef.

Recensies zijn (nog?) niet verschenen, maar ik heb genoeg te lezen en te leren: veel vrienden die maandag een gratis exemplaar van de uitgever kregen (dank nogmaals, Hans!), mailden mij al hun leeservaringen door. Ik leer veel van die mailtjes, eerlijk als ze zijn. Zo heb ik begrepen dat er te veel namen in het boek staan. Zal niet meer gebeuren in mijn tweede roman (die er komt, o jazeker, u bent gewaarschuwd). Ze wijzen mij ook op de foutjes die zich, ondanks verwoede pogingen van persklaarmaker en corrector, in de tekst wurmden… Aargh!!!

Geeft u uw opmerkingen gerust door – graag zelfs! De tweede druk moet foutloos uit de persen rollen... Want de toekomst mag nu nog beangstigend blanco zijn, ik zie er de kleur van hoop in! Roze is dat, geloof ik. Roze.
Meer, méér...

woensdag 17 maart 2010

MIJN BOEK IS BINNEN!!!!

4 stok(ken) achter de deur

Gisteren om 16:57 stuurde die lieve Marketing-Madelon van De Bezige Bij/Thomas Rap mij een mailtje.

‘Hoera!’ begon Madelon.
Hoera? Hm. Hoera dan maar!
‘Je boek is binnen!’
Mijn boek was binnen?
‘Het ziet er prachtig uit!’
Mijn boek was binnen?
‘Gefeliciteerd!’

MIJN BOEK IS BINNEN!!!!

Dat mijn boek zou binnenkomen – een stuk of tweehonderd kloontjes, knus verpakt ter adoptie door deze of gene – wist ik al. Maar zo snel? Ik had het blijde nieuws ten vroegste op donderdag verwacht. Hoog tijd om mijn uitgever te bellen. Hans Nijenhuis is immers altijd op de hoogte van alles; heerlijk is dat.

Hans nam meteen op – ‘Émily Gordts,’ jubelde hij in zijn typische vrolijkheid, ‘Háns Nijenhuis!’ – en gniffelde toen hij mijn hysterie opmerkte. Die Madelon toch; ze bleek Uit De School te hebben geklapt. ’t Schijnt traditie te zijn dat de redacteur ‘zijn’ auteur belt, en dat de rest van de uitgeverij tot dan moet zwijgen. En mijn redacteur was gisteren niet op kantoor. Kortom: ik moest geduld hebben.

Ik had geduld tot 9:37 vanochtend. (Best knap, al zeg ik het zelf.) Toen belde ik Thomas. (Hij is de beste redacteur van de hele wereld, for the record.)

‘Wanneer bél je me nou?’
‘Hoezo, wanneer bel ik je nou?’
‘Mijn boek! Mijn boek is binnen!’
‘Ik start net mijn computer op, ik b–’
‘Is het leuk geworden?’
‘Prachtig. Het ligt hier op mijn bureau. Ik zie het nu ook pas.’
‘O ja. Maar is het leuk?’
‘Je hebt het nog niet gezien?’
‘Ik moest wachten!’
‘Het is fantastisch.’
‘Ruikt het lekker?’
‘Het ruikt heerlijk.’
‘Mag ik komen?’
‘Je mag komen.’

Ik kwam, ik zag, ik viel in katzwijm.


Hans Nijenhuis (links) zet het display nog snel even goed...
Thomas van den Bergh plaatst het boek in fotogenieke positie...
En Emily Gordts, tja, die...


... die probeert NIET AL TE TROTS te kijken,
maar DAT LUKT VOOR GEEN METER!!!


Arty-farty, nog acht nachtjes slapen en dan kunt u ’m kopen!!! Zestien euro vijftig, lieve lezer! Wat is nou zestien euro vijftig voor een boek dat je als een schilderij aan je muur kunt hangen? Kan ook prima fungeren als onderzetter op uw koffietafel! En koopt u er pakweg dertig, dan is het opeens een bijzettafeltje. Ik bedoel maar...
Meer, méér...